Hof Amsterdam, 02-10-2023, nr. 200.246.365/01 OK, nr. 200.249.755/01 OK
ECLI:NL:GHAMS:2023:2882
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
02-10-2023
- Zaaknummer
200.246.365/01 OK
200.249.755/01 OK
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2023:2882, Uitspraak, Hof Amsterdam, 02‑10‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2024:1256
ECLI:NL:GHAMS:2023:1538, Uitspraak, Hof Amsterdam, 19‑06‑2023; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2019:3139, Uitspraak, Hof Amsterdam, 28‑08‑2019; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2018:4824, Uitspraak, Hof Amsterdam, 03‑12‑2018; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2018:4437, Uitspraak, Hof Amsterdam, 27‑11‑2018; (Eerste aanleg - meervoudig)
- Vindplaatsen
OR-Updates.nl 2024-0017
OR-Updates.nl 2019-0013
Uitspraak 02‑10‑2023
Inhoudsindicatie
OK; enquête; tweede fase; wanbeleid; ontbinding vennootschappen
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
beschikking van de Ondernemingskamer van 2 oktober 2023
in de zaak met zaaknummer 200.246.365/01 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. S.I.P. Schouten, kantoorhoudende te Amsterdam, voorheen mr. S.L. Schram,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [A],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
3. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verschenen bij haar bestuurders [A] en [E] ,
4. [B],
wonende te [....] ,
5. [C],
wonende te Amsterdam,
6. [D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
en in de zaak met zaaknummer 200.249.755/01 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RABONI O.G. B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RABONI O.G. B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. S.I.P. Schouten, kantoorhoudende te Amsterdam, voorheen mr. S.L. Schram.
In het vervolg zullen de hierna te vermelden (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
Casa della Gioia B.V. met Casa;
Raboni O.G. B.V. met Raboni;
Byblos B.V. met Byblos;
Lamb Shepherd Holding B.V. met Lamb;
[E] met [E] ;
[A] met [A] ;
Stichting administratiekantoor Casa della Gioia B.V. met STAK;
[B] met [B] ;
[C] met [C] ; en
[D] met [D] .
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding in de zaak met zaaknummer 200.246.365/01 OK verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 november 2018, 3 december 2018, 28 augustus 2019, 14 november 2019, 9 december 2019 en 19 juni 2023. Voor het verloop van het geding in de zaak met zaaknummer 200.249.755/01 OK verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 januari 2019, 14 november 2019, 9 december 2019 en 19 juni 2023.
1.2
Bij beschikking van 27 november 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Casa over de periode vanaf 1 januari 2014 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Casa met beslissende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Casa te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Casa niet vertegenwoordigd kan worden. Bij beschikking van dezelfde dag heeft de Ondernemingskamer ing. J.A.H. Overing MBA te Amsterdam (hierna: Overing) aangewezen als bestuurder van Casa. Bij beschikking van 3 december 2018 is drs. E.A. Marseille RA te Amsterdam (hierna: Marseille) aangewezen als onderzoeker.
1.3
Bij beschikking van 29 januari 2019 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Raboni over de periode vanaf 1 januari 2016 en Marseille benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – Overing benoemd tot bestuurder van Raboni met beslissende stem en is bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Raboni te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Raboni niet vertegenwoordigd kan worden.
1.4
Marseille heeft de onderzoeken op 11 november 2019 afgerond. Bij de beschikking van 14 november 2019 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 27 november 2018 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Casa en het bij beschikking van 29 januari 2019 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Raboni ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.5
Bij beschikking van 9 december 2019 heeft de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Casa bepaald op € 15.400, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen en de kosten van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Raboni bepaald op € 7.700, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.6
Bij verzoekschrift van 19 december 2019 hebben Lamb en – zo vermeldt het verzoekschrift – [E] de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:355 BW verzocht Byblos te ontslaan dan wel te schorsen als bestuurder van Raboni en van Casa en [A] te ontslaan dan wel te schorsen als bestuurder van STAK.
1.7
Bij verweerschrift van 27 februari 2020 hebben Byblos en [A] verzocht om Lamb en [E] niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoek, althans hun verzoek af te wijzen en Lamb en [E] te veroordelen in de kosten van het geding. Voor het geval dat Lamb en [E] niet ter zitting bereid zijn tot ondertekening van de vaststellingsovereenkomsten die zijn overgelegd als productie 3 bij het verweerschrift, hebben Byblos en [A] bij wijze van voorwaardelijk tegenverzoek de Ondernemingskamer verzocht om Lamb dan wel [E] te ontslaan dan wel te schorsen als bestuurder van Casa en Raboni en eveneens te bevelen dat de aandelen dan wel certificaten van Lamb dan wel [E] in Casa dan wel Raboni tijdelijk ten titel van beheer aan een onafhankelijke derde worden overgedragen, althans zodanige voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht, en Lamb en [E] te veroordelen in de kosten van het geding.
1.8
Bij verweerschrift van 5 maart 2020 hebben Lamb en [E] de Ondernemingskamer verzocht [A] als privépersoon niet-ontvankelijk te verklaren in zijn voorwaardelijk verzoek en het voorwaardelijk verzoek van Byblos en eventueel [A] , af te wijzen.
1.9
Ter terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 maart 2020 zijn de onder 1.6 tot en met 1.8 genoemde verzoek- en verweerschriften behandeld. Partijen zijn toen een minnelijke regeling overeengekomen die is vastgelegd in twee aan het proces-verbaal van de zitting gehechte door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomsten. Onderdeel van die vaststellingsovereenkomsten is dat partijen hun verzoeken zullen intrekken na uitvoering van hetgeen in de vaststellingsovereenkomsten is opgenomen.
1.10
Bij e-mail van 22 mei 2023 heeft Overing de Ondernemingskamer verzocht hem uit zijn functie van tijdelijk bestuurder van Casa en Raboni te ontheffen.
1.11
Bij verzoekschrift van 23 mei 2023 heeft mr. Coskun namens Casa, Raboni, Byblos en [A] de Ondernemingskamer verzocht – samengevat – op de voet van artikel 2:349a BW, bij wijze van aanvullende onmiddellijke voorziening [E] te ontslaan als bestuurder van Casa en Raboni en eveneens te bevelen dat de aandelen dan wel certificaten van Lamb dan wel [E] in Casa dan wel Raboni tijdelijk ten titel van beheer aan een onafhankelijke derde worden overgedragen, waarbij het een nieuwe bestuurder expliciet wordt toegestaan om per direct eenzijdig over te gaan tot verkoop van het onroerend goed in Raboni en tot verkoop, verhuur dan wel staking van de exploitatie van het restaurant in Casa, zonder dat [E] of Lamb de nieuwe bestuurder dan wel [A] aansprakelijk mag stellen en houden voor deze verkoop, verhuur en staking als hierboven vermeld, waarbij [E] een dwangsom zal zijn verschuldigd van € 100.000 per keer dat hij fatsoensnormen in zijn communicatie overschrijdt richting de nieuwe bestuurder en [A] , althans zodanige overige voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer in goede justitie gerechtvaardigd acht.
1.12
Bij e-mail van 30 mei 2023 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan partijen bericht:
“Inmiddels is ruim drie jaar verstreken waarin geen uitvoering is gegeven aan de vaststellingsovereenkomsten. De Ondernemingskamer ziet daarin aanleiding partijen de volgende twee opties voor te houden:
1. Partijen trekken hun verzoeken tot het vaststellen van wanbeleid en het treffen van definitieve voorzieningen in. Daarmee komt de procedure, en dus ook de benoeming van de heer Overing als tijdelijk bestuurder, tot een einde.
2. De Ondernemingskamer zal de tweedefaseprocedure voortzetten en beslissen op de verzoeken tot het vaststellen van wanbeleid en het treffen van definitieve voorzieningen. Daartoe zal een mondelinge behandeling worden bepaald. Tijdens deze mondelinge behandeling zal tevens het verzoek van mr. Coskun tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen op de voet van artikel 2:349a BW worden behandeld. De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding die verzoeken voordien te behandelen. De Ondernemingskamer verzoekt de heer Overing in dat geval totdat uitspraak is gedaan als tijdelijk bestuurder aan te blijven en begrijpt uit de e-mail van de heer Overing van 23 mei jl. dat hij daartoe in beginsel bereid is.”
1.13
Mr. Coskun heeft namens Casa, Raboni, Byblos en [A] de Ondernemingskamer bericht voor de tweede optie te kiezen, waarna de voortzetting van de mondelinge behandeling is bepaald op 20 juli 2023.
1.14
Bij e-mail van 8 juni 2023 heeft Overing de Ondernemingskamer nogmaals verzocht hem uit zijn functie van tijdelijk bestuurder van Casa en Raboni te ontheffen. Bij beschikking van 19 juni 2023 heeft de Ondernemingskamer Overing uit zijn functie ontheven.
1.15
Bij verweerschrift en nadere toelichting tweede faseverzoek van 6 juli 2023 heeft Lamb haar verzoek gewijzigd en uitsluitend nog verzocht vast te stellen dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid bij Casa en Raboni en dat Byblos en [A] aansprakelijk zijn voor de kosten van het onderzoek en de door Casa, Raboni, Byblos en [A] verzochte voorzieningen af te wijzen.
1.16
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 20 juli 2023. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht. Overing heeft een toelichting gegeven. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Mr. Coskun heeft verduidelijkt dat zijn verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen moet worden begrepen als een verzoek tot het treffen van definitieve voorzieningen. Met partijen is ter zitting de mogelijkheid besproken om bij wijze van definitieve voorziening Casa en Raboni te ontbinden en de vennootschappen te vereffenen, waarbij mr. Coskun de Ondernemingskamer heeft verzocht tot ontbinding over te gaan.
2. De feiten
2.1
[A] is enig aandeelhouder en enig bestuurder van Byblos. [E] is enig aandeelhouder en enig bestuurder van Lamb.
2.2
Byblos en Lamb vormen tezamen het bestuur van Casa en van Raboni en zijn bij beide rechtspersonen gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd.
2.3
Byblos en Lamb houden ieder 50% van de aandelen in Raboni. STAK is enig aandeelhouder van Casa. [E] en [A] vormen tezamen het bestuur van STAK. De certificaten van aandelen in Casa zijn als volgt verdeeld: Byblos en Lamb elk 37,5%, [B] en [D] elk 10% en [C] 5%.
2.4
Raboni is eigenaar van het appartementsrecht met betrekking tot het souterrain en de begane grond van het pand aan de Warmoesstraat 10 te Amsterdam (hierna: het pand). De enige bedrijfsactiviteit van Raboni bestaat uit verhuur van het pand. Zij verhuurt dit aan Casa. Casa drijft daarin een restaurantonderneming met de naam Dolce Vita.
2.5
In 2013 heeft Raboni aan [E] een geldlening verstrekt voor de aankoop van restaurant Rio Bueno, waarbij – kort gezegd – is overeengekomen dat deze geldlening bij de verkoop van Rio Bueno zou worden afgelost. Rio Bueno is in 2017 verkocht. [E] heeft het restant van de lening niet afgelost.
2.6
Bij beschikking van 27 november 2018 heeft de Ondernemingskamer overwogen dat gegronde redenen bestaan voor twijfel aan een juist beleid en een juist gang van zaken van Casa en een onderzoek bevolen over de periode vanaf 1 januari 2014. De gegronde redenen hadden betrekking op de verstoorde verhouding tussen de bestuurders, de gebrekkige informatievoorziening door Lamb aan Byblos, de juistheid van de financiële administratie, waarbij ook aandacht mocht worden besteed aan het verloop van de rekening-courantverhoudingen, de grondslag van een aan [A] uitgekeerde management fee en het dividendbeleid.
2.7
Bij beschikking van 29 januari 2019 heeft de Ondernemingskamer overwogen dat gegronde redenen bestaan voor twijfel aan een juist beleid en een juist gang van zaken van Raboni en een onderzoek bevolen over de periode vanaf 1 januari 2016. Ook hier betrof het de verstoorde verhouding tussen de bestuurders. Daarnaast ging het om het uitblijven van de terugbetaling van het restant van de lening voor de aankoop van restaurant Rio Bueno en de informatieverstrekking door Lamb aan Byblos met betrekking tot de financiële gang van zaken bij Raboni.
2.8
Ter terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 maart 2020 hebben partijen een tweetal vaststellingsovereenkomsten gesloten (één met betrekking tot Casa en één met betrekking tot Raboni), waarin zij overeenstemming hebben bereikt over het bestaan en de omvang van de nog bestaande rekening-courantverhoudingen en vorderingen tussen Casa enerzijds en Byblos en [A] dan wel Lamb en [E] anderzijds. Verder zijn partijen overeengekomen dat zij de onderneming van Casa en het pand van Raboni zullen verkopen en hebben zij afspraken gemaakt over de wijze van verdeling van de opbrengst tussen de aandeelhouders en de certificaathouders. Tot op heden zijn zij er niet in geslaagd om tot een verkoop van de onderneming en het pand te komen. [A] en [E] geven elkaar daar de schuld van.
3. De inhoud van het verslag
Het onderzoeksverslag van 11 november 2019 houdt onder meer het volgende in:
“De vennootschappen en geschillen zijn dermate verweven dat de onderzoeker partijen heeft gevraagd een gemeenschappelijk onderzoeksverslag te mogen uitbrengen. Bij Casa zijn nog drie andere certificaathouders (verder 'kleine certificaathouders') betrokken, maar partijen hebben zich akkoord verklaard met een gemeenschappelijk onderzoeksverslag.
Achtergrond en samenvatting van het geschil
Raboni
(…) Het geschil in Raboni concentreert zich op een lening van Raboni aan één van de partijen ten behoeve van de aankoop van het restaurant Rio Bueno. Dit restaurant is in 2017 verkocht en de overeengekomen aflossing van de lening heeft daarna niet plaatsgevonden.
Ook is in geschil wat de financiële consequenties voor de huurprijs voor het restaurant waren nadat Casa de kosten van funderingsherstel voor zijn rekening had genomen.
(…)
Casa
Het geschil in Casa spitst zich toe op de rekening-courant verhoudingen tussen de vennootschap en de bestuurders. In 2015 was het (boekhoudkundig) kassaldo zo hoog opgelopen dat de administrateur aan de bel heeft getrokken. Omdat de partijen niet tot een oplossing kwamen, heeft de administrateur het verschil tussen het boekhoudkundig kassaldo en de daadwerkelijk aanwezige kasgelden aan de bestuurders toegerekend. Eén van de partijen is het hiermee niet eens en heeft in verband daarmee opgebracht dat de kosten van Casa onjuist waren en de omzet onvolledig.
(…)
Rio Bueno
Rio Bueno is een restaurant, gelegen aan de Warmoesstraat 15 te Amsterdam. De gang van zaken binnen Rio Bueno valt buiten het bestek van het verzochte onderzoek bij Casa.' In Raboni speelt Rio Bueno echter een rol omdat Raboni aan [E] in privé een lening van EUR 240.000 had verstrekt om dit restaurant aan te kopen. Er is bij de Rechtbank Amsterdam geprocedeerd over de hoedanigheid van [A] (vennoot van Rio Bueno of niet) en op 13 maart 2019 is in deze zaak vonnis gewezen. Op 3 juli 2019 hebben partijen overeenstemming bereikt over de afhandeling van dit geschil.
Samenvatting bevindingen (…)
(…) Algemeen
1) Financieel algemeen:
- Raboni is financieel solide en genereert voldoende kasstromen om te kunnen voortbestaan. Wel bestaat er kredietrisico op de vordering van Raboni op Casa. De vordering van Raboni op [E] maakt onderdeel uit van een schikking en de inschatting van partijen is dat bij de verkoop van het onroerend goed en het restaurant een aanzienlijke overwaarde zal worden gerealiseerd.
- Casa is sinds 2014 verliesgevend — met uitzondering van 2015 — als gevolg van terugvallende omzet van het restaurant Dolce Vita en hoge kosten (…). Over de stelling van [A] dat het restaurant alleen op papier verliesgevend was maar dat er in werkelijkheid omzet en kosten buiten de boeken zijn gehouden heeft het onderzoek geen uitsluitsel gegeven.
2) Ten aanzien van besluitvorming en informatievoorziening:
- Er werden geen aandeelhouders- of bestuursvergaderingen gehouden.
- Er waren problemen met de informatievoorziening, maar die is na de eerste rechtszaak in 2017 weer op gang is gekomen.
- Ondanks het ontbreken van dividendbeleid, zijn er aanwijzingen dat beide bestuurders contante opnamen uit Casa hebben gedaan (…).
- Gezamenlijke besluitvorming gebeurde vrijwel alleen mondeling of niet. Er was geen schriftelijke huurovereenkomst tussen Raboni en Casa. De kosten voor funderingsherstel zijn om fiscale redenen ten laste van Casa zijn gekomen, terwijl Raboni deze kosten als eigenaar had moeten dragen. Ook dit besluit is niet schriftelijk vastgelegd en er zijn vooraf geen afspraken vastgelegd over de financiële consequenties van dit besluit voor de kleine certificaathouders en de huurprijs voor het restaurant.
(…) Raboni
3) Raboni heeft aan [E] in privé een bedrag geleend inzake Rio Bueno. [E] heeft erkend dat de lening in 2017 opeisbaar is geworden omdat Rio Bueno was verkocht, maar tot aflossing is hij niet overgegaan. Op 3 juli 2019 hebben partijen afspraken gemaakt over aflossing van deze lening.
4) [E] was zowel (mede)verstrekker als begunstigde van de lening. [E] heeft bij de verkoop van Rio Bueno, toen de lening van Raboni opeisbaar werd en Raboni geen onderpand meer had, niet afgezien van besluitvorming en niet de grootst mogelijke openheid getoond.
(…) Casa
5) De personeelskosten zijn gestegen terwijl de omzet terugliep. Uit het onderzoek zijn hiervoor verklaringen gevonden.
6) De twijfels over volledige verantwoording van de omzet kunnen op basis van het onderzoek niet worden weggenomen, maar op een aantal onderdelen heeft het onderzoek duidelijkheid gebracht. Zo is over 2014 aansluiting gevonden tussen de omzet in de jaarrekening en de door de kassa aangeslagen omzet. Ook is gebleken dat er veel concurrentie in de buurt is bijgekomen als gevolg van beleid van de gemeente.
7) Uit het onderzoek is gebleken dat er veel contant geld circuleerde. De vorderingen op partijen zijn ontstaan omdat de administrateur veronderstelde dat partijen contante opnamen hadden gedaan uit Casa die hij verwerkt heeft in rekening courant met partijen. De aanvankelijke vordering van Casa op [E] is later omgeslagen in een schuld als gevolg van kosten van o.a. de afbouw van het souterrain in 2016 die hij contant heeft betaald. Deze kosten zijn in de boekhouding verantwoord en uit het onderzoek is over de schuld van Casa aan [E] geen twijfel ontstaan. Uit het onderzoek blijkt dat er geen verband bestaat tussen eventueel onvolledig verantwoorde omzet en de vorderingen op de bestuurders, omdat deze vorderingen juist zijn ontstaan als gevolg van omzet die wél is verantwoord.
8) Partijen hebben tegengestelde verklaringen afgelegd over contante opnamen uit Casa via enveloppen. Dit onderzoeksverslag bevat als gevolg daarvan geen uitsluitsel over de omvang van de contante opnamen en de begunstigden daarvan. Maar er zijn wel aanwijzingen dat beide bestuurders een aandeel hadden in de contante opnamen uit Casa.
(…)
Overwegingen onderzoeker
De voortdurende meningsverschillen hebben de partijen in een situatie gebracht dat de enige oplossing is om het restaurant (Casa) en het onroerend goed (Raboni) te verkopen. Naar de mening van onderzoeker is dit het gevolg van de informele werkwijze die aan beide bestuurders is toe te rekenen en die niet in overeenstemming zijn met een behoorlijke taakvervulling:
- De bestuurders hielden geen aandeelhoudersvergaderingen.
- Schriftelijke vastleggingen van belangrijke besluiten ontbreken, waaronder de huurovereenkomst en het - fiscaal gedreven - besluit om de kosten van funderingsherstel ten laste van Casa te brengen. Hierdoor is onduidelijk gebleven of bestuurders zich rekenschap hebben gegeven van de gevolgen van hun besluiten voor de kleine certificaathouders en de huurprijs van het restaurant.
- Er was geen dividendbeleid en ondanks het verlies in 2014 zijn er contante opnamen geweest in dat jaar.
- Schriftelijke bewijzen van contante opnamen door partijen ontbreken, zodat onduidelijk is gebleven of die opnamen hebben plaatsgevonden, of certificaathouders gelijk zijn behandeld, wat de titel van de opnamen was, of er belasting over moest worden afgedragen en door wie.
Volgens de onderzoeker zijn er aanwijzingen dat er contante opnamen zijn geweest en dat beide bestuurders daarin een aandeel hebben gehad:
- [E] heeft de opnamen niet betwist en heeft de financiële gevolgen daarvan voor hemzelf aanvaard. Dat de vordering van Casa daarna is omgeslagen in een schuld doet daaraan niet af.
- [A] heeft verschillende malen verklaringen afgelegd, ook onder ede. Zijn verklaringen zijn inconsistent, maar in al zijn verklaringen is er sprake van contante opnamen uit Casa.
- [A] heeft een factuur ingediend voor een bedrag van EUR 14.520 inclusief BTW waarop staat dat hij dit bedrag contant heeft ontvangen. Later heeft hij verklaard dat hij dit bedrag niet heeft ontvangen, hoewel de management fee in de boekhouding en in de jaarrekening over 2014 is verwerkt.
Aan [E] is daarnaast volgens de onderzoeker in het bijzonder aan te rekenen dat hij zijn betalingsverplichting aan Raboni vanwege de lening inzake Rio Bueno niet conform overeenkomst is nagekomen en geen openheid heeft getoond over de verkoop van Rio Bueno, dat als onderpand diende voor de vordering van Raboni.
Het is mogelijk dat er omzet buiten de boeken is gebleven en maar hierover kan de onderzoeker bij gebrek aan betrouwbare informatie geen standpunt innemen. Naar de mening van de onderzoeker ligt de kern van het geschil bij Casa in de contante opnamen van bestuurders naar aanleiding van omzet die wél in de boeken is verantwoord, zodat er geen rechtstreeks verband is tussen de rekening-courant verhoudingen en eventueel onvolledig verantwoorde omzet.”
4. De gronden van de beslissing
4.1
Lamb onderschrijft de bevindingen en de conclusies uit het onderzoeksverslag en stelt zich op het standpunt dat daaruit blijkt van wanbeleid bij Casa en Raboni, waarvoor Byblos en [A] verantwoordelijk zijn. Lamb meent verder dat uitvoering gegeven moet worden aan de op 12 maart 2020 gesloten vaststellingsovereenkomsten en dat de verkoop (of het staken) van de onderneming van Casa en de verkoop van het pand van Raboni de enig mogelijke oplossing is. Lamb verzet zich tegen toewijzing van de door Byblos en [A] verzochte nadere voorzieningen. Deze zijn niet in het belang van Casa en Raboni omdat zij een oplossing niet dichterbij brengen en uiteindelijk alleen maar leiden tot hogere kosten voor de vennootschappen.
4.2
Casa, Raboni, Byblos en [A] hebben de juistheid van het onderzoeksverslag en de daarin opgenomen bevindingen en conclusies inhoudelijk niet bestreden. Ook zij menen dat de enige oplossing voor de bestaande problemen is dat uitvoering wordt gegeven aan de vaststellingsovereenkomsten en dat de onderneming van Casa moet worden verkocht (of gestaakt) en dat het pand van Raboni moet worden verkocht. Casa, Raboni, Byblos en [A] betogen dat [E] degene is die daaraan in de weg staat en dat alleen door het treffen van de verzochte nadere voorzieningen uiteindelijk tot een verkoop kan worden gekomen.
4.3
De Ondernemingskamer stelt vast dat partijen het terecht erover eens zijn dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid bij Casa en Raboni. Uit het verslag volgt dat de verhoudingen tussen de beide bestuurders ernstig zijn verstoord en dat in de onderzoeksperiode geen aandeelhouders- of bestuursvergaderingen werden gehouden, dat schriftelijke vastlegging van belangrijke besluiten en overeenkomsten ontbrak, dat geen dividendbeleid bestond maar wel aanzienlijke bedragen contant werden opgenomen zonder schriftelijke vastlegging, dat beide bestuurders daarvoor verantwoordelijk waren en dat [E] ten onrechte geen openheid heeft verschaft over de verkoop van Rio Bueno en zijn verplichting tot aflossing van de lening aan Raboni niet is nagekomen. Dit alles levert wanbeleid op van zowel Casa als Raboni, waarvoor de beide bestuurders verantwoordelijk zijn.
4.4
Beide partijen vinden dat uitvoering moet worden gegeven aan de op 12 maart 2020 gesloten vaststellingsovereenkomsten. Dat wil zeggen dat de onderneming van Casa moet worden verkocht – of gestaakt – en dat het pand van Raboni moet worden verkocht, waarna de opbrengst tussen de certificaathouders en aandeelhouders kan worden verdeeld. Partijen zijn inmiddels drie jaar bezig om dat voor elkaar te krijgen, maar zij zijn daar tot nu toe niet in geslaagd. Overing heeft ter zitting van 20 juli 2023 meegedeeld dat de onderneming van Casa al jaren verlieslatend is en dat een succesvolle voortzetting daarvan, gelet op de staat van het restaurant, kansloos is. De volledig verstoorde verhoudingen tussen [E] en [A] staan eraan in de weg dat zij ooit over zullen gaan tot de verkoop of staking van de onderneming van Casa en de verkoop van het pand van Raboni. Volgens Overing is zijn aanblijven als tijdelijk bestuurder om die reden zinloos; het zou alleen maar leiden tot meer kosten die ten laste komen van de vennootschappen, zonder dat het een oplossing dichterbij brengt.
4.5
Uit het voorgaande blijkt dat alle partijen het erover eens zijn dat voortzetting van de samenwerking geen optie meer is. Herstel van gezonde verhoudingen tussen de aandeelhouders en certificaathouders is uitgesloten. De onderneming van Casa is al sinds 2014 verlieslatend. Voortzetting van de onderneming is zinloos en leidt ertoe dat het wanbeleid voortduurt. Partijen kunnen het al drie jaar niet eens worden over de wijze van verkoop van het pand van Raboni en geven elkaar daarvan de schuld. De huidige, door alle betrokkenen onwenselijk geachte situatie blijft daardoor onveranderd. Dat partijen het op afzienbare termijn wel eens gaan worden is niet te verwachten. Het benoemen van een nieuwe tijdelijk bestuurder gaat een oplossing niet dichterbij brengen en leidt uitsluitend tot meer kosten. Bij die stand van zaken ziet de Ondernemingskamer geen andere wijze waarop de slepende strijd tussen partijen kan worden beëindigd dan door de ontbinding en vereffening van zowel Casa als Raboni. Van enig aandeelhoudersbelang of openbaar belang dat zich tegen ontbinding verzet, is niet gebleken. Er is ook geen vast personeel in dienst.
4.6
De slotsom is dat uit het onderzoeksverslag is gebleken van wanbeleid bij Casa en Raboni. De Ondernemingskamer zal bij wijze van definitieve voorziening Casa en Raboni ontbinden. De Ondernemingskamer zal een vereffenaar benoemen, maar omdat de ontbinding, gelet op artikel 2:358 lid 1 BW, niet uitvoerbaar bij voorraad is, de persoon van de vereffenaar niet aanwijzen voordat deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat. Zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan kan ieder van partijen de Ondernemingskamer verzoeken de vereffenaar aan te wijzen.
4.7
Het al dan niet voorwaardelijke verzoek van Casa, Raboni, Byblos en [A] om andere voorzieningen te treffen zal worden afgewezen. Het treffen van andere voorzieningen is bij de huidige stand van zaken niet in het belang van Casa of Raboni.
4.8
Het verzoek van Lamb om op de voet van artikel 2:354 BW de onderzoekskosten ten laste van Byblos en [A] te brengen zal eveneens worden afgewezen; dit verzoek kan alleen worden gedaan door de rechtspersoon zelf of door degene die de onderzoekskosten ten behoeve van de rechtspersoon heeft voldaan.
4.9
De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
5. De beslissing
De Ondernemingskamer:
in de zaak met zaaknummer 200.246.365/01
verstaat dat uit het verslag van het onderzoek in deze zaak blijkt van wanbeleid van Casa Della Gioia B.V., gevestigd te Amsterdam;
ontbindt Casa Della Gioia B.V. met ingang van de datum waarop de onderhavige ontbindingsbeschikking in kracht van gewijsde gaat;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot vereffenaar van het vermogen van Casa Della Gioia B.V.;
en in de zaak met zaaknummer 200.249.755/01 OK
verstaat dat uit het verslag van het onderzoek in deze zaak blijkt van wanbeleid van Raboni O.G. B.V., gevestigd te Amsterdam;
ontbindt Raboni O.G. B.V., met ingang van de datum waarop de onderhavige ontbindingsbeschikking in kracht van gewijsde gaat;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot vereffenaar van het vermogen van Raboni O.G. B.V.;
en in beide zaken
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. M.P. Nieuwe Weme, raadsheren, en dr. M.J.R. Broekema RV en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2023.
Uitspraak 19‑06‑2023
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; ontheffing bestuurder
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.246.365/01 OK en 200.249.755/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 19 juni 2023
in de zaak met zaaknummer 200.246.365/01 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
thans zonder advocaat, voorheen mr. S.L. Schram,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verschenen bij haar bestuurders [E] en [D] ,
3. [A],
wonende te [....] ,
4. [B],
wonende te [....] ,
5. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
in persoon verschenen,
en in de zaak met zaaknummer 200.249.755/01 OK van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RABONI O.G. B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RABONI O.G. B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
thans zonder advocaat, voorheen mr. S.L. Schram.
In het vervolg zullen de hierna te vermelden (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
Casa della Gioia B.V. met Casa;
Raboni O.G. B.V. met Raboni;
Byblos B.V. met Byblos;
Lamb Shepherd Holding B.V. met Lamb;
[D] met [D] ; en
[E] met [E] .
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding in de zaak met zaaknummer 200.246.365/01 OK verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 november 2018, 3 december 2018, 28 augustus 2019, 14 november 2019 en 9 december 2019. Voor het verloop van het geding in de zaak met zaaknummer 200.249.755/01 OK verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 29 januari 2019, 14 november 2019 en 9 december 2019.
1.2
Bij de beschikking van 27 november 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Casa over de periode vanaf 1 januari 2014 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Casa met beslissende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Casa te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Casa niet vertegenwoordigd kan worden. Bij beschikking van dezelfde dag heeft de Ondernemingskamer ing. J.A.H. Overing MBA te Amsterdam (hierna: Overing) aangewezen als bestuurder van Casa. Bij beschikking van 3 december 2018 is drs. E.A. Marseille RA te Amsterdam (hierna: Marseille) aangewezen als onderzoeker.
1.3
Bij de beschikking van 29 januari 2019 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Raboni over de periode vanaf 1 januari 2016 en Marseille benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – Overing benoemd tot bestuurder van Raboni met beslissende stem en is bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Raboni te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Raboni niet vertegenwoordigd kan worden.
1.4
Marseille heeft de onderzoeken op 11 november 2019 afgerond. Bij de beschikking van 14 november 2019 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 27 november 2018 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Casa en het bij beschikking van 29 januari 2019 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Raboni ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.5
Bij de beschikking van 9 december 2019 heeft de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Casa bepaald op € 15.400, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen en de kosten van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Raboni bepaald op € 7.700, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.6
Bij verzoekschrift van 19 december 2019 hebben Lamb en [D] de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:355 BW verzocht Byblos te ontslaan dan wel te schorsen als bestuurder van Raboni en van Casa en [E] te ontslaan dan wel te schorsen als bestuurder van STAK.
1.7
Bij verweerschrift van 27 februari 2020 hebben Byblos en [E] verzocht om Lamb en [D] niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoek, althans hun verzoek af te wijzen en Lamb en [D] te veroordelen in de kosten van het geding. Voor het geval dat Lamb en [D] niet ter zitting bereid zijn tot ondertekening van de vaststellingsovereenkomsten die zijn overgelegd als productie 3 bij het verweerschrift, hebben Byblos en [E] bij wijze van voorwaardelijk tegenverzoek de Ondernemingskamer verzocht om Lamb dan wel [D] te ontslaan dan wel te schorsen als bestuurder van Casa en Raboni en eveneens te bevelen dat de aandelen dan wel certificaten van Lamb dan wel [D] in Casa dan wel Raboni tijdelijk ten titel van beheer aan een onafhankelijke derde worden overgedragen, althans zodanige voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht, en Lamb en [D] te veroordelen in de kosten van het geding.
1.8
Bij verweerschrift van 5 maart 2020 hebben Lamb en [D] de Ondernemingskamer verzocht [E] als privépersoon niet-ontvankelijk te verklaren in zijn voorwaardelijk verzoek en het voorwaardelijk verzoek van Byblos en [E] af te wijzen.
1.9
Ter terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 maart 2020 zijn de onder 1.6 tot en met 1.8 genoemde verzoek- en verweerschriften behandeld. Partijen zijn toen een minnelijke regeling overeen gekomen die is vastgelegd in twee aan het proces-verbaal van de zitting gehechte door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomsten. Onderdeel van die vaststellingsovereenkomsten is dat partijen hun verzoeken zullen intrekken na uitvoering van hetgeen in de vaststellingsovereenkomsten is opgenomen. Tot op heden is daarvan geen sprake.
1.10
Bij e-mail van 22 mei 2023 heeft Overing de Ondernemingskamer verzocht hem uit zijn functie van door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijk bestuurder van Casa en Raboni te ontheffen.
1.11
Bij verzoekschrift van 23 mei 2023 heeft mr. Coskun namens Byblos, Casa, Raboni en [E] de Ondernemingskamer verzocht – samengevat – bepaalde (aanvullende onmiddellijke) voorzieningen te treffen.
1.12
Bij e-mail van 30 mei 2023 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan partijen bericht:
“Inmiddels is ruim drie jaar verstreken waarin geen uitvoering is gegeven aan de vaststellingsovereenkomsten. De Ondernemingskamer ziet daarin aanleiding partijen de volgende twee opties voor te houden:
- 1.
Partijen trekken hun verzoeken tot het vaststellen van wanbeleid en het treffen van definitieve voorzieningen in. Daarmee komt de procedure, en dus ook de benoeming van de heer Overing als tijdelijk bestuurder, tot een einde.
- 2.
De Ondernemingskamer zal de tweedefaseprocedure voortzetten en beslissen op de verzoeken tot het vaststellen van wanbeleid en het treffen van definitieve voorzieningen. Daartoe zal een mondelinge behandeling worden bepaald. Tijdens deze mondelinge behandeling zal tevens het verzoek van mr. Coskun tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen op de voet van artikel 2:349a BW worden behandeld. De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding die verzoeken voordien te behandelen. De Ondernemingskamer verzoekt de heer Overing in dat geval totdat uitspraak is gedaan als tijdelijk bestuurder aan te blijven en begrijpt uit de e-mail van de heer Overing van 23 mei jl. dat hij daartoe in beginsel bereid is.”
1.13
Mr. Coskun heeft namens Byblos, Casa, Raboni en [E] de Ondernemingskamer bericht voor de tweede optie te kiezen, waarna de voortzetting van de mondelinge behandeling is bepaald op 20 juli 2023.
1.14
Bij e-mail van 8 juni 2023 heeft Overing de Ondernemingskamer nogmaals verzocht hem uit zijn functie van door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijk bestuurder van Casa en Raboni te ontheffen.
2. De gronden van de beslissing
2.1
Mr. Coskun heeft namens Byblos, Casa, Raboni en [E] de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van Overing af te wijzen. [D] heeft de Ondernemingskamer verzocht het verzoek toe te wijzen.
2.2
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. De enkele omstandigheid dat Overing verzocht heeft hem te ontheffen uit zijn functie van tijdelijk bestuurder van Casa en Raboni is toereikend voor toewijzing van dat verzoek. Partijen kunnen zich tijdens de mondelinge behandeling - bepaald op 20 juli 2023 - uitlaten over de vraag of benoeming van een opvolgend tijdelijk bestuurder gewenst is. De Ondernemingskamer ziet mede gelet op de termijn die inmiddels is verstreken sinds Overing zijn werkzaamheden is gestart (27 november 2018 respectievelijk 29 januari 2019), het feit dat partijen al in maart 2020 een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten ter beëindiging van hun geschillen, maar daaraan tot op heden geen uitvoering hebben gegeven en de omstandigheid dat partijen er kennelijk geen heil in zien daarvan in rechte nakoming te vorderen, op dit moment geen aanleiding om nog voor de mondelinge behandeling van 20 juli 2023 een opvolgend tijdelijk bestuurder te benoemen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
ontheft ing. J.A.H. Overing MBA te Amsterdam uit zijn functie van bestuurder van Casa della Gioia B.V. en Raboni O.G. B.V. met ingang van heden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2023.
Uitspraak 28‑08‑2019
Inhoudsindicatie
OK; enquete; getuigenverhoor
Partij(en)
beschikking ___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.246.365/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 augustus 2019
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. S.L. Schram, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
verschenen bij haar bestuurders [A] en [B] ,
3 [C] ,
wonende te [....] ,
4. [D],
wonende te [....] ,
5. [E],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
in persoon verschenen.
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 november 2018 en 3 december 2018.
1.2
Bij de beschikking van 27 november 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Casa della Gioia B.V. (hierna: Casa) over de periode vanaf 1 januari 2014 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Casa met beslissende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Casa te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Casa niet vertegenwoordigd kan worden. Bij beschikking van dezelfde dag heeft de Ondernemingskamer ing. J.A.H. Overing MBA te Amsterdam aangewezen als bestuurder van Casa. Bij beschikking van 3 december 2018 is drs. E.A. Marseille RA te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker.
1.3
Bij verzoekschrift, ter griffie van de Ondernemingskamer ontvangen op 24 juli 2019, heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht in deze zaak op de voet van artikel 2:352a BW twee getuigen te horen, te weten [A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ).
1.4
Bij e-mail van 29 juli 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker.
1.5
Bij brief van 1 augustus 2019 heeft mr. Schram namens Lamb Shepherd Holding B.V. en namens [B] de Ondernemingskamer bericht het verzoek en de daarvoor aangevoerde gronden te ondersteunen.
1.6
Bij e-mail van 12 augustus 2019 heeft mr. Coskun namens Casa en Byblos B.V. de Ondernemingskamer bericht in te stemmen met het verzoek van de onderzoeker.
2. De gronden van de beslissing
2.1
De onderzoeker heeft ter toelichting van haar onder 1.3 vermelde verzoek – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht. De te horen getuigen vormen via hun persoonlijke vennootschappen het bestuur van Casa. Stichting Administratiekantoor Casa della Gioia B.V. (hierna: STAK) houdt alle aandelen in Casa. [B] en [A] vormen tezamen het bestuur van STAK en houden via hun persoonlijke vennootschappen elk 37,5% van de certificaten van aandelen in STAK. De onderzoeker acht het noodzakelijk en in het belang van het onderzoek een getuigenverhoor te gelasten omdat [B] en [A] met betrekking tot contante opnamen uit Casa tegenstrijdig aan elkaar hebben verklaard, maar ook per partij niet eenduidig hebben verklaard. De onderzoeker is voor dit onderwerp vrijwel volledig afhankelijk van mondelinge informatieverschaffing, omdat de contante opnamen niet zijn vastgelegd in de administratie van Casa. Dit maakt het nagenoeg onmogelijk om de getrouwheid van de afgelegde verklaringen te verifiëren. De onderzoeker verwacht dat de getuigen meer helderheid zullen verschaffen als zij worden gehoord door (een raadsheer-commissaris van) de Ondernemingskamer. Voor het onderzoek is het van belang of partijen contant geld hebben opgenomen uit Casa omdat hieruit hun verantwoordelijkheid blijkt voor het gevoerde beleid. Ook is van belang welke bedragen zijn opgenomen in het kader van een verkoop van de onderneming en de onroerende zaak.
2.2
De Ondernemingskamer acht het verzoek van de onderzoeker om op de voet van art. 2:352a BW [A] en [B] te doen horen, mede gelet op de reacties van partijen, toewijsbaar.
2.3
Het getuigenverhoor zal plaatsvinden ten overstaan van de door de Ondernemingskamer op voet van artikel 16 lid 5 Rv uit haar midden aan te wijzen raadsheer-commissaris in het Paleis van Justitie te Amsterdam.
2.4
Voor een kostenveroordeling ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
gelast een getuigenverhoor op de voet van artikel 2:352a BW;
benoemt tot raadsheer-commissaris in de zin van artikel 16 lid 5 Rv voor wie dit getuigenverhoor zal plaatsvinden mr. A.W.H. Vink;
bepaalt dat dit getuigenverhoor zal worden gehouden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een na schriftelijke opgave van de verhinderdata voor de maanden september en oktober 2019 van de onderzoeker, partijen en de getuigen nader te bepalen dag en uur, welke opgave uiterlijk zeven dagen na heden dient te worden gedaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2019.
Uitspraak 03‑12‑2018
Inhoudsindicatie
aanwijzing onderzoeker
Partij(en)
beschikking ___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.246.365/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 3 december 2018
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. S.L. Schram, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
verschenen bij haar bestuurders [A] en [B] ,
3 [C] ,
wonende te [....] ,
4. [D],
wonende te [....] ,
5. [E],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
in persoon verschenen.
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 november 2018.
1.2
Bij de beschikking van 27 november 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Casa della Gioia B.V. (verder: Casa) over de periode vanaf 1 januari 2014 en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Casa met beslissende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Casa te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Casa niet vertegenwoordigd kan worden. Bij beschikking van dezelfde dag heeft de Ondernemingskamer ing. J.A.H. Overing MBA te Amsterdam aangewezen als bestuurder van Casa.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als onderzoeker, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 27 november 2018.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 27 november 2018 in deze zaak: drs. E.A. Marseille RA te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. G.J. Visser, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken in het openbaar door mr. A.W.H. Vink op 3 december 2018
Uitspraak 27‑11‑2018
Inhoudsindicatie
toewijzing enquete, treffen onm vz
Partij(en)
Beschikking ___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.246.365/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 27 november 2018
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. S.L. Schram, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BYBLOS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CASA DELLA GIOIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
verschenen bij haar bestuurders [B] en [C] ,
3 [D] ,
wonende te [....] ,
4. [E],
wonende te [....] ,
5. [F],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
in persoon verschenen.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen de hierna te vermelden personen als volgt worden aangeduid:
- -
verzoekster sub 1 als [A] ;
- -
verzoekster sub 2, tevens verweerster sub 1, als Casa;
- -
[A] en Casa (vertegenwoordigd door [A] ) gezamenlijk ook als [A] c.s.;
- -
belanghebbende sub 1 als Byblos;
- -
belanghebbende sub 2 als STAK;
- -
belanghebbende sub 3 als [D] ;
- -
belanghebbende sub 4 als [E] ;
- -
belanghebbende sub 5 als [F] ;
- -
Byblos en Casa (vertegenwoordigd door Byblos) gezamenlijk ook als Byblos c.s.;
- -
[C] als [C] ;
- -
[B] als [B]
1.2
[A] c.s. hebben bij verzoekschrift met producties, ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen op 20 september 2018, de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Casa en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht, met veroordeling van Byblos in de kosten van het geding.
1.3
Byblos c.s. hebben bij verweerschrift tevens houdende een zelfstandig enquêteverzoek met producties, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [A] c.s. althans afwijzing van hun verzoek, met veroordeling van [A] in de kosten van het geding en de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Casa over de periode vanaf de datum van oprichting van Casa;
2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding [A] als bestuurder van Casa te schorsen en te voorzien dat [A] gedurende de periode dat [A] geschorst is geen recht heeft op enige vergoeding van Casa en te bevelen dat de aandelen die [A] indirect in Casa houdt middels STAK en de certificaten van aandelen in Casa tijdelijk ten titel van beheer aan een onafhankelijke derde worden overgedragen, althans zowel [A] als Byblos te schorsen als bestuurders van Casa en in hun plaats een door de Ondernemingskamer aan te wijzen derde persoon te benoemen als bestuurder alsmede zodanige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer nodig acht en [A] te veroordelen in de kosten van het geding.
1.4
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 oktober 2018. Bij die gelegenheid hebben mr. Schram en mr. Coskun de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, wat mr. Schram betreft aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen, en wat mr. Coskun betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen toegezonden aanvullende producties 18 tot en met 24. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
2. De feiten
2.1
[B] is enig aandeelhouder en bestuurder van Byblos. [C] is enig aandeelhouder en bestuurder van [A] .
2.2
Byblos en [A] vormen tezamen het bestuur van Casa en van Raboni O.G. B.V. (verder Raboni) en zijn bij beide rechtspersonen gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd.
2.3
Byblos en [A] houden ieder 50% van de aandelen in Raboni. STAK is enig aandeelhouder van Casa. [C] en [B] vormen tezamen het bestuur van STAK. De certificaten van aandelen in Casa zijn als volgt verdeeld: Byblos en [A] elk 37,5%, [D] en [F] elk 10% en [E] 5%.
2.4
Raboni is eigenaar van het appartementsrecht met betrekking tot het souterrain en de begane grond van het pand aan de Warmoesstraat 10 te Amsterdam. De enige bedrijfsactiviteit van Raboni bestaat uit verhuur van voormeld onroerend goed. Zij verhuurt dit aan Casa. Casa drijft daarin een restaurantonderneming met de naam Dolce Vita.
2.5
Op grond van een op 16 september 2013 gesloten overeenkomst van geldlening tussen Raboni, vertegenwoordigd door [B] en [C] , en [C] heeft Raboni een bedrag van € 240.000 aan [C] geleend, tegen een jaarlijkse rente van 6%, met het oog op de overname van een bestaande horecagelegenheid aan de Warmoesstraat 15F te Amsterdam. Dit betreft het restaurant Rio Bueno, dat aanvankelijk werd gedreven in de vorm van een eenmanszaak en later door v.o.f. Rio Bueno (oprichtingsdatum 1 december 2013).
2.6
Op 11 april 2014 heeft [C] aan [B] een tweetal e-mails doorgestuurd waaruit blijkt dat [C] op 10 april 2014 een vraag heeft gesteld aan [G] van Tonit afrekensystemen, een leverancier van kassasystemen voor de horeca. Op 10 april 2014 schrijft [C] aan [G] : “Als ik de optie van correctie registreren niet actief. Wat ik verdwijnen het wordt niet hard disk opgeslagen. Ik wil graag zeker weten. Dan hoor ik van jouw zo snel mogelijk.” [G] antwoordt op 11 april 2014: “Na meerdere gesprekken met de belastingdienst (…) is besloten om met terugwerkende kracht deze functie uit de software te halen om fraude te voorkomen. Wanneer je de functie uitschakelt wordt er geen registratie gemaakt van de order of bestelregels die verwijderd zijn dat wil zeggen er valt niet meer te achterhalen wat er verwijderd is. Dus geen registratie op de harde schijf. (…) Ik raad je aan om deze functie niet te gebruiken. Deze is nooit bedoeld om registratie te omzeilen , als dat de intentie is.”
2.7
Op 20 december 2014 heeft [B] aan Casa een factuur gezonden voor een bedrag van € 14.520 (inclusief btw) wegens “management fee 2014”. Dit bedrag is verwerkt in de rekening-courantverhouding van [B] met Casa.
2.8
Het in de jaarrekening 2014 van Casa vermelde bedrag aan liquide middelen per eind 2014 is € 62.913. Voorts is opgenomen een rekening-courantvordering van “de directie” op Casa van € 3.554. De jaarstukken 2014 zijn voorzien van een samenstellingsverklaring op 17 december 2015 afgegeven door [H] , verbonden aan Administratie Plus (hierna: [H] ).
2.9
Volgens de jaarrekening 2015, die is voorzien van een samenstellingsverklaring van [H] van 4 oktober 2016, is het bedrag aan liquide middelen per eind 2015 € 19.965. De rekening-courantschulden van [B] respectievelijk [C] aan Casa bedragen per eind 2015 € 49.771 respectievelijk € 47.423.
2.10
In een e-mail van 4 april 2016 van [B] aan [C] staat onder meer:
“wij alle vennoten van dolce vita moeten dringend bij elkaar en de volgende punten (…) bespreken:
1. afrekening van februari en maart jl. ben ik niet mee eens
2. de afbouw van souterrain
3. (…) (fundering)
4. over de omzet daling van afgelopen twee maanden
ik hoor van je wanneer het kan”
2.11
Op 9 april 2016 hebben [C] en [B] met elkaar gesproken in restaurant Dolce Vita. Op diezelfde dag heeft [B] bij de politie aangifte gedaan van bedreiging door [C] eerder die dag.
2.12
[C] en [B] hebben een geschil over de vraag of ook [B] een van de vennoten van v.o.f. Rio Bueno is. [B] heeft de vennoten op 16 december 2016 gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en onder meer gevorderd voor recht te verklaren dat [B] voor een in de dagvaarding genoemd percentage vennoot van v.o.f. Rio Bueno is.
2.13
In de voorlopige jaarstukken over 2016 van Casa, voorzien van een samenstellingsverklaring van [H] van 24 maart 2017, is in de winst- en verliesrekening opgenomen de post lonen en salarissen voor een bedrag van € 68.782 over 2016 tegenover € 41.380 over 2015, bedraagt de omzet over 2016 € 331.261 tegenover € 384.740 over 2015, en is het resultaat na belastingen over 2016 € 59.969 negatief en over 2015 € 46.046 positief.
2.14
Byblos, Raboni en Casa hebben bij verzoekschrift met producties, ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen op 20 maart 2017, de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Raboni en Casa en bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen. Bij beschikking van 12 mei 2017 heeft de Ondernemingskamer het verzoek afgewezen.
2.15
Bij e-mail van 11 april 2017 heeft [B] aan [H] bericht dat hij niet kan instemmen met de jaarrekening 2015 van Casa en dat die jaarrekening teruggedraaid moet worden. In de e-mail staat verder:
“Jaarrekening 2016 zoals het in de rechtszaal van donderdag jongstleden naar voren kwam ben ik er absoluut niet mee eens, overigens is dat nooit met mij overlegd.”
2.16
In de concept jaarstukken over 2017 van Casa, voorzien van een samenstellingsverklaring van [H] van 26 mei 2018, staat dat [B] per ultimo 2017 een schuld in rekening-courant aan Casa heeft van € 55.922 en dat [C] een vordering op Casa in rekening-courant heeft van € 31.437. In de concept winst- en verliesrekening 2017 is opgenomen de post lonen en salarissen voor een bedrag van € 76.993, bedraagt de netto omzet over 2017 € 311.361, en is het resultaat na belastingen over 2017 € 58.591 negatief.
2.17
Per e-mail van 29 juni 2017 heeft [I] , de boekhouder van [B] , namens [B] aan [H] gevraagd aan hem een specificatie te verstrekken van de rekening-courant schuld van [B] aan Casa per 31 december 2015 en 2016, tezamen met een onderbouwing van de bedragen. Daarop heeft [H] per e-mail van diezelfde dag geantwoord dat hij daaraan niet zal voldoen tenzij hij voor de te verrichten werkzaamheden betaald wordt door [I] of [B] . Vervolgens heeft [I] gereageerd dat hij graag de grootboekkaarten ontvangt nu hij aanneemt dat [H] reeds betaling heeft gekregen voor het samenstellen van de jaarrekening.
2.18
Bij e-mail van 20 september 2017 heeft [B] aan [C] onder andere bericht:
“Gezien ik al lang een tijd meer geweest ben in de zaak nadat jij mij met mes bedreigde vorige jaar april en mij niet op de hoogte hebt gesteld over het reilen en zeilen in Dolce vita niks met mij wilde overleggen terwijl ik herhaaldelijk heb laten weten. Je hebt aan Ondernemingskamer gezegd dat alle stukken zouden worden gegeven, is niet gebeurd. (…) Ik heb nu besloten om orde op zaken te komen stellen en verzoek ik jou eind deze week de volgende stukken voor mij klaar te maken voor inzage zodat ik een dezer dagen komen bekijken
1. Alle stukken met betrekking tot boekhouding van 2015 t/m heden inclusief de grootboekkaart welke mijn boekhouder [I] herhaaldelijk heeft gevraagd die maar niet krijgt en ook inkoop facturen en alle dagelijks omzet uitdraai van de kassa
2. De verbouwingskosten inclusief facturen /van de aannemer souterrain waar ik niet mee eens was.
3. Personeelsoverzicht inclusief rooster en werkuren overzicht van afgelopen twee jaar
4. De aandeelhoudersregisters.
Indien ik deze stukken niet krijg, dan zal ik weer naar de rechter stappen. Ik zal voortaan ook dagelijks in de zaak komen. Ik neem wel beveiliging mee, want ik wil niet weer fysiek bedreigd worden.”
2.19
Bij e-mail van 30 september 2017 heeft [B] aan [C] onder andere bericht:
“Bij deze herhaal ik mijn verzoek om de onderstaande gevraagde stukken voor mij klaar te leggen, ik ben deze week 4 keer in de zaak geweest en de stukken waren er niet!!
(…)
Ik wil je tevens laten weten dat (…) de jaarrekeningen en boekhouding van alle onze vennootschappen 2015 en 2016 moeten over nieuw gedaan worden door een onafhankelijke boekhouder of accountant.”
2.20
Bij e-mail van 22 november 2017 heeft [B] aan [H] en [C] onder andere bericht dat hij niet akkoord gaat met de nog niet ontvangen concept jaarrekening 2016 van Casa en heeft hij hun verzocht openheid van zaken te geven en daarbij verwezen naar het e-mailbericht bedoeld onder 2.18. Bij e-mail van diezelfde dag heeft [H] geantwoord dat [B] de gevraagde gegevens kan ontvangen, mits [B] Koopmanschaps kosten betaalt.
2.21
Bij e-mail van 23 november 2017 heeft [C] aan [B] onder andere bericht:
“Graag wil graag geen bericht meer van jouw ontvangen. hoe dan ook. Ik vind zo is genoeg. Jij weet niet wat jij mee bezig bent. Jij hebt jouw doel verloren. Jij weet zelf niet wat jij nodig hebt en wat jij zoekt. ik vind jammer dat ik jouw kende…als ik wist dat jij zo was zou ik nooit compagnie van jouw willen worden. doe wat jij goed vind. ik wil graag niets meer van horen.”
2.22
De jaarrekening 2016 van Casa is op 8 december 2017 gedeponeerd.
2.23
Bij e-mail van 5 juni 2018 heeft [B] aan [H] onder andere bericht:
“Ik kan u nu alvast melden dat ik niet eens ben met de omzetcijfers in de jaarrekening vermeld staan die moeten vele malen hoger zijn. De hele boekhouding 2015, 2016, en nu 2017 klopt niet.”
3. De gronden van de beslissing
3.1
[A] c.s. hebben aan hun stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en gang van zaken van Casa en dat onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen, het volgende ten grondslag gelegd:
( a) [C] en [B] onderhouden geen rechtstreeks contact meer met elkaar; zij leven op voet van oorlog met elkaar en in het verleden hebben fysieke bedreigingen en een handgemeen plaatsgevonden. Er vinden geen bestuursvergaderingen meer plaats, er is geen sprake van collegiale besluitvorming en [C] moet alleen beslissingen nemen die vervolgens door [B] worden bekritiseerd. Gezien de slechte persoonlijke verhoudingen tussen [C] en [B] is [C] niet bereid verder te investeren in een samenwerking met [B] . [B] is niet tot investeringen bereid. De verstoorde verhouding tussen [B] en [C] is schadelijk voor Casa, haar werknemers en derden.
( b) [B] heeft zich zonder voorafgaande instemming van en overleg met [C] een management fee laten uitkeren zonder dat hij daarvoor werkzaamheden heeft verricht.
( c) De enige oplossing voor het verliesgevende Casa is verkoop van het restaurant en ontbinding van de vennootschap. [B] verbindt aan zijn medewerking daaraan een onredelijke en voor [C] niet acceptabele voorwaarde, met gevolg dat [C] geen onderhandelingen met gegadigden heeft kunnen voeren en/of een makelaar voor de verkoop heeft kunnen inschakelen.
3.2
Byblos c.s. hebben verweer gevoerd en voorts ter staving van hun stellingen dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Casa te twijfelen en dat onmiddellijke voorzieningen moeten worden getroffen, het volgende gesteld.
( a) Er is een impasse in het bestuur van Casa. Er is een onhoudbare situatie ontstaan. Het conflict is geëscaleerd onder meer omdat [C] [B] in april 2016 fysiek heeft bedreigd. [B] en [C] onderhouden geen rechtstreeks contact meer met elkaar. Er vindt geen bestuurlijk overleg binnen Casa plaats. Besluitvorming is als gevolg van de impasse binnen het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders van Casa onmogelijk, omdat [A] niet meewerkt aan het houden van een vergadering. [A] handelt als ware zij enig bestuurder van Casa; Byblos wordt buitengesloten.
( b) [A] is haar toezegging om de informatieverstrekking over de financiële gang van zaken van Casa aan Byblos weer op gang te brengen (zie r.o. 3.7 van de beschikking van de Ondernemingskamer van 12 mei 2018) niet nagekomen. Ten onrechte wordt reeds geruime tijd geen financiële informatie aan Byblos verstrekt. Het is Byblos niet duidelijk hoe de rekening-courant schuld van Byblos is opgelopen en die van [A] is afgelost, waardoor er nu zelfs een rekening-courant vordering van [A] op Casa zou zijn.
( c) [A] houdt omzet buiten de boeken van Casa en onderhoudt een schaduwadministratie. De oplopende personeelskosten in 2016 en 2017 zijn niet te rijmen met [A] ’s stelling dat Dolce Vita met tegenvallende resultaten kampt. Byblos betwist dat Casa in 2016 en 2017 verlies gemaakt heeft.
( d) Sinds de escalatie van het conflict in april 2016 heeft [A] geweigerd om de aan Byblos toekomende dividenduitkering uit Casa te voldoen.
( e) [A] is voornemens over te gaan tot verkoop van Casa zonder instemming van Byblos/ [B] .
( f) [A] / [C] weigert mee te werken aan de vastlegging van een marktconforme huurprijs van het door Casa van Raboni gehuurde pand. De door Casa te betalen huurprijs dient verhoogd te worden.
( f) [C] is zijn toezegging om het resterende deel van de hoofdsom van de door Raboni verstrekte lening, € 160.000 na ontvangst van de verkoopopbrengst van Rio Bueno, af te lossen (zie r.o. 3.11 van de beschikking van de Ondernemingskamer van 12 mei 2017) niet nagekomen.
( h) Zonder medeweten van Byblos is Casa begonnen met de exploitatie van een shisha-bar in het souterrain van restaurant Dolce Vita, hetgeen in strijd is met onder meer de splitsingsakte van het appartementsgebouw en leidt tot bezwaren van de vereniging van eigenaren. Deze activiteiten zijn pas op 5 januari 2018 gestaakt.
3.3
De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Waar nodig zal daarbij het verweer van Byblos c.s. worden betrokken.
Ontvankelijkheid van [A] c.s.
3.4
Byblos c.s. hebben als verweer aangevoerd dat [A] c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat (i) zij onvoldoende belang hebben bij hun verzoek en (ii) zij hebben nagelaten om hun bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken vooraf schriftelijk aan het bestuur van Casa kenbaar te maken zoals wordt voorgeschreven door artikel 2:349 lid 1 BW.
3.5
De stelling van Byblos c.s. onder 3.4 (i) vergt een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren en zal bij de inhoudelijke beoordeling worden meegewogen.
3.6
Niet gebleken is dat [A] in haar hoedanigheid van certificaathouder schriftelijk tevoren haar bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken van Casa kenbaar heeft gemaakt aan het bestuur (3.4 (ii)). Om die reden dient [A] niet-ontvankelijk te worden verklaard. Nu artikel 2:349 lid 1 BW niet van toepassing is op Casa en Byblos c.s. de enquêtebevoegdheid ten aanzien van Casa (vertegenwoordigd door [A] ) niet op andere gronden heeft bestreden is de Ondernemingskamer van oordeel dat Casa ontvankelijk is. De Ondernemingskamer komt derhalve toe aan inhoudelijke behandeling van het verzoek van Casa (vertegenwoordigd door [A] ).
Onderzoek Casa
3.7
Ten aanzien van het verwijt van Casa (vertegenwoordigd door [A] ) (3.1 (a)) en het verwijt van Byblos c.s. (3.2 (a)) overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Ter terechtzitting hebben partijen desgevraagd bevestigd dat zij weliswaar van mening verschillen over het antwoord op de vraag aan wie het een en het ander te wijten is, maar dat zij onderkennen dat de verstoorde verhouding er toe leidt dat de organen van Casa niet meer naar behoren kunnen functioneren. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer blijkt uit de gedingstukken en het ter terechtzitting verhandelde genoegzaam dat die conclusie gegrond is. Het is immers niet aanvaardbaar dat [A] de gehele bestuurstaak binnen Casa aan zich heeft getrokken en Byblos als bestuurder feitelijk buiten spel heeft gezet en dat er geen aandeelhoudersvergaderingen van Casa meer plaatsvinden. De Ondernemingskamer acht het aannemelijk dat het vorenstaande - indien niet spoedig doorbroken - negatieve gevolgen zal hebben voor Casa en degenen die bij haar onderneming betrokken zijn (onder wie de certificaathouders en werknemers). Een en ander levert gegronde redenen op om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Casa te twijfelen. Of die gegronde redenen ook zijn gelegen in hetgeen door [A] c.s. onder 3.1 sub (c) is aangevoerd is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de door [B] aan zijn medewerking aan verkoop van het restaurant/ontbinding van Casa gestelde voorwaarde wel of niet in redelijkheid door hem kon worden gesteld. Dit antwoord zal moeten blijken uit het in te stellen onderzoek.
3.8
Byblos c.s. stellen dat Byblos onvoldoende door haar medebestuurder [A] wordt geïnformeerd over de (financiële) gang van zaken binnen Casa (verwijt onder 3.2 (b)). Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is niet gebleken dat, sinds haar beschikking van 12 mei 2017, waarin werd overwogen (zie r.o. 3.7 en 3.8) dat voor wat betreft de periode vanaf mei 2016 tot maart 2017 [A] als bestuurder is tekortgeschoten in haar verplichting om medebestuurder Byblos te informeren over de gang van zaken van Casa, de informatievoorziening door [A] aan Byblos is hersteld. Evenmin is gebleken dat [A] de destijds gedane toezegging om Byblos via [H] adequaat te blijven informeren is nagekomen. Vaststaat dat Byblos bij herhaling schriftelijk heeft verzocht om toegang tot en inzicht in de financiële administratie van Casa en dat ook de door Byblos ingeschakelde boekhouder, [I] , daartoe verschillende pogingen heeft gedaan. Tevens moet uit de overgelegde correspondentie en het verhandelde ter terechtzitting worden afgeleid dat [A] aan Byblos niet het inzicht in haar financiële administratie heeft verschaft, waarop Byblos als medebestuurder van Casa redelijkerwijs aanspraak kan maken. Hieraan doet niet af dat Byblos zelf bestuurder was en uit dien hoofde ook rechtstreeks toegang zou hebben gehad tot de door haar verlangde informatie. Gelet op de binnen het bestuur gemaakte taakverdeling, te weten dat [A] de dagelijkse leiding over het restaurant voert en Byblos niet actief betrokken is bij de dagelijkse gang van zaken in restaurant Dolce Vita, diende [A] zijn medebestuurder Byblos behoorlijk te informeren. De gebrekkige informatievoorziening van [A] aan Byblos is van voldoende gewicht om een onderzoek te gelasten.
3.9
Ten aanzien van de stelling van Byblos c.s. dat [A] binnen Casa gegenereerde omzet buiten de boeken houdt en een schaduwadministratie voert (verwijt onder 3.2 (c)) geldt het volgende. In haar beschikking van 12 mei 2017 heeft de Ondernemingskamer overwogen dat de personeelskosten in 2016 ten opzichte van 2015 aanzienlijk zijn gestegen terwijl de omzet in 2016 ten opzichte van 2015 is gedaald. [A] c.s. hebben destijds ter zitting verklaard dat dat de vaste medewerkers van Casa, onder wie [C] , zich in 2016 hebben beziggehouden met de verbouwing van het souterrain en dat voor de restaurantwerkzaamheden daarom tijdelijk extra medewerkers moesten worden aangetrokken. Gelet op die gemotiveerde toelichting over het verloop van de omzet en de kosten (zie r.o. 3.5 van die beschikking) heeft de Ondernemingskamer toen overwogen dat Byblos c.s. niet aannemelijk hadden gemaakt dat omzet buiten de boeken wordt gehouden en een schaduwadministratie wordt gevoerd. De Ondernemingskamer is thans met Byblos c.s. van oordeel dat het opmerkelijk is dat ondanks dat de verbouwing van het souterrain eind 2016 is voltooid, de personeelskosten in 2017 ten opzichte van 2016 verder lijken te zijn gestegen terwijl de omzet in 2017 ten opzichte van 2016 verder lijkt te zijn gedaald. De toelichting van [A] dat de personeelskosten zijn gestegen vanwege krapte op de arbeidsmarkt en de uitbreiding van het restaurant als gevolg van de verbouwing van het souterrain acht de Ondernemingskamer, nu onderliggende bewijsstukken voor die toelichting ontbreken, op voorhand niet toereikend. Verder ontbreekt een verklaring van [A] c.s. ten aanzien van de stelling van Byblos c.s. dat er een verschil is tussen op de kassa aangeslagen en daadwerkelijke behaalde omzet. Die verklaring kon niet achterwege blijven nu Byblos c.s. een e-mail van [C] van 10 april 2014 als productie heeft overgelegd waaruit blijkt dat [C] vragen heeft gesteld over het uitschakelen van de registratiefuncties van het kassa-systeem. Een en ander in onderling verband en samenhang bezien levert voldoende grond op te twijfelen aan de juistheid van de in de boekhouding verantwoorde omzet en kosten en is aldus voldoende rechtvaardiging voor een onderzoek naar de financiële administratie van Casa. De aan te wijzen onderzoeker kan in het onderzoek tevens betrekken het verloop van de rekening-courant verhoudingen tussen [A] respectievelijk Byblos enerzijds en Casa anderzijds, alsmede de grondslag van de uitkering van de management fee aan [B] (verwijt onder 3.1.(b)).
3.10
Ten aanzien van het verwijt van Byblos c.s. onder 3.2 (d) overweegt de Ondernemingskamer het volgende. Byblos c.s. hebben gesteld dat [A] heeft besloten om de winsten niet langer te delen met [A] . [A] c.s. hebben aangevoerd dat Casa nimmer dividend heeft uitgekeerd omdat de daarvoor benodigde winsten ontbraken. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer kan, gelet op hetgeen hiervoor onder r.o. 3.9 is overwogen, van dat laatste niet zonder meer worden uitgegaan. De aan te wijzen onderzoeker zal daarom ook het dividendbeleid van Casa in het onderzoek kunnen betrekken.
3.11
Ten aanzien van restaurant La Dolce Vita (verwijt van Byblos c.s. onder 3.2 (e)) geldt dat alle partijen, behalve Byblos, thans het voornemen tot verkoop ondersteunen. Dat en, zo ja, hoe [A] voornemens zou zijn Byblos bij een eventueel verkoopproces buiten spel te zetten is echter niet nader concreet toegelicht en kan daarom thans niet bijdragen aan het oordeel dat gegronde redenen bestaan te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Casa.
3.12
De gang van zaken binnen de eenmanszaak/v.o.f. Rio Bueno (verwijt van Byblos c.s. onder 3.2 (f)) en die met betrekking tot de door Raboni ten behoeve van Rio Bueno verstrekte lening, (verwijt onder 3.2 (g)) valt buiten het bestek van dit verzoek dat zich richt op Casa.
3.13
Nu [A] c.s. naar voren hebben gebracht dat niet langer het gebruik van de waterpijp als onderdeel van de restaurantexploitatie wordt aangeboden, geldt dat, wat er ook van zij, het verwijt van Byblos c.s. onder 3.2 (h) geen gegronde reden oplevert om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken.
3.14
Uit hetgeen hierboven onder 3.7 tot en met 3.10 is overwogen, in onderling verband en samenhang bezien, blijkt dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Casa. De Ondernemingskamer zal een onderzoek bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Casa vanaf 1 januari 2014.
3.15
De Ondernemingskamer acht het met het oog op de toestand van Casa noodzakelijk om bij wijze van onmiddellijke voorziening een derde als zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegde bestuurder van Casa met beslissende stem naast [A] en Byblos te benoemen en te bepalen dat zonder deze bestuurder Casa niet vertegenwoordigd kan worden. De bestuurder mag het beproeven van een minnelijke regeling tot zijn taak rekenen.
3.16
De Ondernemingskamer zal de kosten van het onderzoek en de te benoemen bestuurder ten laste brengen van Casa. [B] en [C] hebben ter zitting namens Raboni toegezegd dat Raboni de kosten van het onderzoek en de kosten van de te benoemen bestuurder zal financieren voor een bedrag van maximaal € 80.000.
3.17
De Ondernemingskamer acht ten slotte termen aanwezig de kosten van het geding tussen de verschenen partijen te compenseren.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verklaart [A] niet-ontvankelijk in haar verzoek tot het gelasten van een enquête en het treffen van onmiddellijke voorzieningen bij Casa della Gioia B.V.;
beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Casa della Gioia B.V. over de periode vanaf 1 januari 2014;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 30.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Casa della Gioia B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te (doen) stellen;
benoemt mr. A.W.H. Vink tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding - voor zover nodig in afwijking van de statuten - een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Casa della Gioia B.V. met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Casa della Gioia B.V. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Casa della Gioia B.V. niet vertegenwoordigd kan worden;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder ten laste komen van Casa della Gioia B.V. en bepaalt dat Casa della Gioia B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te (doen) stellen vóór de aanvang van hun werkzaamheden;
compenseert de kosten van het geding tussen de verschenen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. G.J. Visser, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken in het openbaar door mr. A.W.H. Vink op 27 november 2018