Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/2.4.1
2.4.1 Aandelenswaps
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS345553:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
W.A.K. Rank, Wat zijn effecten?, in: S.E. Eisma e.a., Leerboek effectenrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2002, p. 43, 44, K.W.H. Broekhuizen en M. Peeters, Groene Serie Toezicht Financiële Markten, aantekening 221.7.3.3 op artikel 1:1 Wft, G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 8, B.M. van Beek en R.J. de Clercq Zubli, Total return swaps; verzekerd risico?, Ondernemingsrecht 1999, p. 262 e.v. en F.G.H. Kristen, Misbruik van voorwetenschap naar Europees recht (diss. Tilburg), Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2004, p. 840-842. Zie voorts de 2002 ISDA Equity Derivatives Definitions, section 1.4 Equity Swap Transaction.
J.C. Hull, Options, futures and other derivatives, Global edition, Pearson 2012, p. 148, in vergelijkbare zin: C.F. Leeger, Swaps onder ISDA-documentatie, Deventer: Kluwer 2002, p. 13 en F.G.H. Kristen, Misbruik van voorwetenschap naar Europees recht (diss. Tilburg), Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2004, p. 841.
R.P. Raas, Kernbegrippen Wft II, in: D. Busch e.a., Onderneming en Financieel Toezicht, Deventer: Kluwer 2010, p, 148.
Zie S.K. Henderson, Henderson on derivatives, LexisNexis 2010, p. 131.
Zie S.K. Henderson, Henderson on derivatives, LexisNexis 2010, p. 134-136.
G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 10.
S.N. Neftci, Principles of financial engineering, second edition, Elsevier Academic Press 2008, p. 120.
2002 ISDA Equity Derivatives Definitions, section 1.4 Equity Swap Transaction.
G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 10, 11, M. Peeters, OTC-derivaten, beurseffecten en risico’s, Onderneming & Financiering 2005, p. 68, 69, J.C. Hull, Options, futures and other derivatives, Global edition, Pearson 2012, p. 174 en 740, 741, S.N. Neftci, Principles of financial engineering, second edition, Elsevier Academic Press 2008, p. 122 en F.G.H. Kristen, Misbruik van voorwetenschap naar Europees recht (diss. Tilburg), Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2004, p. 842.
B.S. Black and H.T.C. Hu, Emtpy voting and hidden (morphable) ownership: taxonomy, implications and reforms, The Business Lawyer May 2006, Volume 61, nr. 3, p. 1024, 1025.
Dit is een kenmerk van alle derivaten, zie M. Peeters, Over short selling, Ars Aequi 2012, p. 192. Zie ook H. Bais en B. Jongmans, Een gokje wagen met een Contract for Difference?, Tijdschrift voor Financieel Recht, 2010, p. 196.
S.N. Neftci, Principles of financial engineering, second edition, Elsevier Academic Press 2008, p. 4-6, 138-140, zie ook S.K. Henderson, Henderson on derivatives, LexisNexis 2010, p. 128-131.
Zie S.N. Neftci, Principles of financial engineering, second edition, Elsevier Academic Press 2008, p. 120.
W.A.K. Rank, Wat zijn effecten?, in: S.E. Eisma e.a., Leerboek effectenrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2002, p. 43, 44, G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 8.
De 2002 ISDA Equity Derivatives Definitions, section 9.3 Physical Settlement of Equity Swap Transactions, voorziet in de mogelijkheid van fysieke afwikkeling waarbij de houder van de long side van de aandelenswap de aandelen geleverd krijgt van de houder van de short side (veelal de bank) tegen betaling van de notional amount van de swap.
G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 10, 11, B.S. Black and H.T.C. Hu, Emtpy voting and hidden (morphable) ownership: taxonomy, implications and reforms, The Business Lawyer May 2006, Volume 61, nr. 3, p. 1029-1031.
B.S. Black and H.T.C. Hu, Equity and debt decoupling and empty voting II: importance and extensions, University of Pennsylvania Law Review, January 2008, Vol. 156 nr. 3, p. 638, 639, die ook Nederlandse certificeringsconstructies en beschermingsstichtingen onder soft parking scharen, p. 647, 648. Zie ook M.C. Schouten, The Decoupling of Voting and Economic Ownership (diss. UvA Amsterdam), Deventer: Kluwer 2012, p. 32.
J.C. Hull, Options, futures and other derivatives, Global edition, Pearson 2012, p. 733.
G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, p. 10, 11, M. Peeters, OTC-derivaten, beurseffecten en risico’s, Onderneming & Financiering 2005, p. 68, 69, J.C. Hull, Options, futures and other derivatives, Global edition, Pearson 2012, p. 740, 741.
Een swap is een overeenkomst waaronder partijen over en weer periodiek betalingen verrichten die gebaseerd zijn op (het rendement van) verschillende onderliggende waarden. Het kan gaan om het uitruilen van een vast tegen een variabel rentepercentage, of om (het rendement op) bepaalde valuta, maar ook, zoals bij een aandelenswap (equity swap), om het uitruilen van het rendement op een bepaald bedrag (notional amount) aan aandelen in een bepaalde vennootschap tegen het rendement op eenzelfde bedrag tegen een vooraf gekozen rente. Versimpeld gezegd worden de lusten en lasten van een vermogensbestanddeel van de ene partij uitgeruild tegen de lusten en lasten van een vermogensbestanddeel van de andere partij.1 Enkele definities, sommige meer economisch, andere meer juridisch van aard, verschaffen meer inzicht. Hull definieert de swap als een overeenkomst voor de uitwisseling van cash flows in de toekomst. Hij ziet een forward contract als een simpele vorm van een swap: waar onder een (cash-settled) forward eenmaal een betaling plaatsvindt, wordt bij een swap op verschillende toekomstige momenten betaald.2 Raas omschrijft de aandelenswap als volgt:3
“Een aandelenswap stelt de houder ervan in staat om toegang te krijgen tot het eventuele rendement van een aandeel, zonder dat aandeel zelf te bezitten. Een aandelenswap geeft de ene partij het recht op de koerswinst (exclusief dividend) [een ‘price return swap’, GPO4] of totaalrendement (inclusief dividend) [een ‘total return swap’, GPO5] op een of meer referentieaandelen, in ruil voor een vergoeding. De vergoeding bestaat doorgaans uit een rentepercentage, plus de negatieve koersontwikkeling van het referentieaandeel.”
Raaijmakers wijst op het volgende:6
een partij gaat een aandelenswap aan “waarbij hij de verplichting op zich neemt om per kwartaal of per half jaar een gefixeerde procentueel bedrag te voldoen tegen ontvangst van het rendement op een fictieve portefeuille van 100 miljoen euro, inclusief een bedrag gelijk aan de uitbetaalde dividenden. Het bedrag van 100 miljoen euro dient voor beide verplichtingen als zogeheten notional amount maar is in wezen een rekeneenheid: het wordt in beginsel niet uitgewisseld.”
Neftci omschrijft de aandelenswap als een uitwisseling van twee reeksen cash flows, waarvan er één wordt gegenereerd door dividend en koerswinst (-verlies) en de ander is gebaseerd op een geldmarktinstrument zoals Libor.7 Aandelenswaps kunnen betrekking hebben op aandelen in één vennootschap, maar ook bijvoorbeeld op een index of een (door partijen gekozen) ‘mandje’ (basket) van aandelen of indices. In die varianten voorzien ook de 2002 ISDA Equity Derivatives Definitions.8 Ook de rendementen op twee verschillende aandelen, op twee verschillende indexen of op een aandeel en een index kunnen worden uitgeruild.9 In de veel voorkomende aandelenswap waarbij het rendement op een aandeel wordt uitgeruild tegen de rente op een corresponderende geldsom, heeft de partij die de rente ontvangt de ‘short side’ of ‘interest leg’ van de aandelenswap; de andere partij de ‘long side’ of ‘equity leg’ van de swap.10 De houder van de long side of equity leg van de swap heeft doorgaans het volledige economische belang bij het onderliggende aandeel. Het belang van de houder van de short side van de aandelenswap is eveneens volledig, maar negatief. Wat de een ontvangt, verliest de ander immers; het is een zero sum game.11 Eventueel kunnen voorwaarden worden overeengekomen, in ieder geval zal een termijn worden afgesproken. Neftci noemt als voordelen van een aandelenswap boven een investering in de aandelen zelf onder meer: (i) dat geen financiering voor de investering nodig is en ook geen cash management bij de beëindiging omdat geen hoofdsom wordt ontvangen en (ii) dat regels voor of beperkingen van de overdracht van aandelen veelal niet zullen gelden.12 Denkbaar is dat een fee verschuldigd is voor het aangaan van een swap, die kan ook verwerkt zijn in een spread ten aanzien van de referentiewaarde (bijvoorbeeld Libor).13
Net als met futures, forwards en opties kan met swaps een groter positief belang bij aandelen worden gecreëerd dan dat er daadwerkelijk aandelen door de vennootschap zijn uitgegeven. Indien de houder van de short side van de swap zijn positie heeft afgedekt door aandelen in de vennootschap te verwerven, is het economische belang van de houder van de long side te herleiden tot bestaande aandelen. Indien de houder van de short side zijn positie niet heeft afgedekt, is het belang van de houder van de long side niet te herleiden tot bestaande aandelen in het kapitaal van de vennootschap maar heeft het betrekking op fictieve aandelen.
Naar Nederlands recht kwalificeert de aandelenswap als overeenkomst, naar oud recht als een overeenkomst tot verrekening van koers- of prijsverschil in de zin van artikel 7A:1811 BW (oud). Ook heeft een swap trekken van een ruilovereenkomst, al wordt niet bedoeld de vermogensbestanddelen zelf te ruilen maar alleen het rendement erop. Naar huidig recht gaat het mijns inziens om een overeenkomst sui generis. Gelet op de gedetailleerde standaardvoorwaarden die doorgaans van toepassing zijn, is voor de wettelijke bepalingen doorgaans maar een beperkte rol weggelegd.14 Aandelenswaps vallen onder de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de Wft (sub d).
De partij die de long side of equity leg van een aandelenswap houdt, kan soms juridisch of feitelijk aanspraak maken op de onderliggende aandelen, indien zijn wederpartij die aanhoudt om diens positie af te dekken. Stel dat een belegger met een bank een aandelenswap overeenkomt met de strekking dat de bank hem de koerswinst en dividenden betaalt op de aandelen en hij de bank compenseert voor koersverlies en bovendien een rente betaalt. De bank, die de belegger zal moeten betalen indien de koers van het aandeel stijgt, zal het risico op haar positie willen afdekken, hedgen. Dat kan zij doen door zelf de aandelen te verwerven, althans een long positie in de aandelen te nemen. Na beëindiging van de swap zal de bank die positie willen afbouwen terwijl de belegger de aandelen mogelijk wil verwerven. Partijen kunnen zo’n overdracht vooraf overeenkomen;15 soms is er (slechts) een feitelijke mogelijkheid de onderliggende aandelen over te dragen, waarbij de bank mogelijk een commerciële reden heeft de klant te willen accommoderen. Gedurende de looptijd van de swap is voorts niet ongebruikelijk dat de bank bij het stemmen op de aandelen rekening houdt met de wensen en belangen van de belegger die het economische belang bij de aandelen houdt.16 Gelet op de mogelijkheid tot overdracht aan de belegger en tot beïnvloeding van het stemgedrag wordt zo’n constructie, waarbij aandelen als het ware gestald worden bij een bevriende partij, wel aangeduid als een vorm van ‘soft parking’ van aandelen.17
Swaps zijn flexibele instrumenten voor risicomanagement18 maar lenen zich ook voor speculatieve doeleinden. Een swap kan bijvoorbeeld worden gebruikt door een aandeelhouder die zijn in het verleden gemaakte koerswinst veilig wil stellen, maar zijn aandelen gedurende een jaar nog niet wil verkopen. Hij spreekt met een derde (een bank, handelend voor zichzelf of voor een ander) af dat hij elke drie maanden koerswinst en dividend aan de derde afdraagt en de derde verplicht zich elke drie maanden eventuele koersverliezen te compenseren en voorts een bepaalde rente te betalen. De aandeelhouder behoudt het aandeel maar heeft geen economisch belang meer, terwijl de derde – zonder de notional amount zelf te investeren – een synthetisch belang heeft verworven: wel het economische belang maar niet de juridische gerechtigdheid tot de aandelen.19 In dit voorbeeld heeft de partij die het economische belang houdt (de equity leg) een meer speculatieve positie.