De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief
Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.5:VI.5 Conclusie
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.5
VI.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278837:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Concl. A-G J. Spier ECLI:NL:PHR:2012:BW1720, sub 3.10 bij HR 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1720.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De snelle en steeds verdergaande digitalisering stelt niet alleen de technische, maar ook de juridische wereld telkens voor nieuwe uitdagingen. Voor verzekeraars vormen de nieuwe risico’s die de digitalisering meebrengt een kans om nieuwe producten in de markt te zetten. Dit betekent automatisch dat ook de assurantietussenpersoon in deze ontwikkeling dient mee te gaan.
In hoeverre de zorgplicht van de tussenpersoon zich uitstrekt tot verplichtingen in verband met cyberrisico’s en -verzekeringen, is een vraag waarop een algemeen antwoord zich moeilijk laat formuleren. Advocaat-Generaal Spier noemde de beantwoording van een dergelijke vraag in een wat breder kader zelfs “schier onmogelijk”.1 Aan de hand van de jurisprudentie kan evenwel met overtuiging worden gesteld dat de assurantietussenpersoon in ieder geval niet kan blijven stilzitten. Gezien het feit dat van tussenpersonen vanwege hun beroepsmatige kennisvoorsprong een actieve houding mag worden verwacht, cyberrisico’s bekende en (naar het zich laat aanzien) reële risico’s zijn die de kernactiviteit van de onderneming (kunnen) raken én er specifieke verzekeringsproducten voorhanden zijn, dient de tussenpersoon zijn cliënt in ieder geval (aantoonbaar) op deze materie te attenderen. Dit geldt ook indien de cliënt zelf over dit onderwerp zwijgt; dat het risicobewustzijn van ondernemers op dit punt laag is, mag immers als bekend worden verondersteld.
De redelijk handelend en redelijk bekwaam tussenpersoon kan in concrete gevallen evenwel worden gehinderd door het relatief hoog (ICT) technische gehalte van de materie. Er bestaan bovendien nog de nodige onduidelijkheden over de inhoud en werking van cyberverzekeringen. Deze complicerende omstandigheden begrenzen de zorgplicht van de assurantietussenpersoon.
Het is derhalve goed voorstelbaar dat cyberrisico’s en cyberverzekeringen bij tussenpersonen voor onzekerheid zorgen waar het gaat om de invulling van hun zorgplicht. Een beter begrip van de inhoud en werking van cyberverzekeringen, de manier waarop daarmee in ons rechtssysteem moet worden omgegaan, alsook een vastere plaats van de cyberverzekering op de Nederlandse verzekeringsmarkt, kunnen de zorgplicht van de tussenpersoon op dit punt meer gestalte geven. Een actieve houding van verzekeraars en tussenpersonen, nader wetenschappelijk onderzoek en nieuwe jurisprudentie zullen daarvoor noodzakelijk zijn.