De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/12.4.4.7:12.4.4.7 Verbod tot nakoming van een overeenkomst
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/12.4.4.7
12.4.4.7 Verbod tot nakoming van een overeenkomst
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364859:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 21 februari 2003, NJ 2003, 182 m.nt. Maeijer, JOR 2003/57 m.nt. Nieuwe Weme (HBG).
HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434 m.nt. Maeijer, JOR 2007/178 m.nt. Nieuwe Weme (ABN AMRO).
Asser/Hartkamp en Sieburgh 6-IV, nr. 46.
Zie par. 12.4.3.4 voor een omschrijving van de term subjectief recht.
Zie par. 12.4.3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In onder meer par. 12.1.2 werden de HBG1 en ABN AMRO-beschikkingen2 besproken. Daarin was een verbod uitgesproken om bepaalde overeenkomsten na te komen. Aan dit verbod was geen dwangsom verbonden.
Het ging om een overeenkomst waarbij twee partijen bepaalde dochtervennootschappen in een joint venture onderbrachten en een overeenkomst waarbij een dochtervennootschap werd verkocht. Het desbetreffende verbod maakt daarom inbreuk op (de uitoefening van) de eigendomsrechten van de desbetreffende vennootschappen ten aanzien van hun dochtervennootschappen. Een dergelijk recht is subjectief recht.3 Mogelijk kan ook het recht om een overeenkomst na te komen worden gezien als een subjectief recht in de zin van art. 6:162 lid 2 BW.4 Ook mist de vennootschap door het verbod de tegenover haar prestatie staande wederprestatie (welke als subjectief recht kwalificeert), en loopt zij het risico dat zij in haar vermogen wordt aangetast doordat zij een schadevergoeding wegens wanprestatie aan de wederpartij moet betalen. Indien in het kader van de enquêteprocedure wordt verboden om een (koop)overeenkomst na te komen en de desbetreffende beschikking vervolgens wordt vernietigd, is derhalve sprake van een onrechtmatige daad.
De vraag of een in een enquêteprocedure uitgesproken verbod om een overeenkomst na te komen ook inbreuk maakt op de rechten van de contractuele wederpartij van de vennootschap wordt in hoofdstuk 11 besproken. In mijn ogen is dat niet het geval.
Het desbetreffende – achteraf bezien: ten onrechte uitgesproken – verbod maakt geen inbreuk op aandeelhoudersrechten en is mijns inziens ook niet in strijd met verkeersnormen die jegens aandeelhouders in acht moeten worden genomen. Aandeelhouders kunnen daarom geen aanspraak maken op schadevergoeding.5