Omgevingsvergunning in de praktijk 2024/9120
Het incidenteel hoger beroep van het college is ongegrond, omdat appellant wel gezien kan worden als belanghebbende.
ABRvS 03-07-2024, ECLI:NL:RVS:2024:2645
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
3 juli 2024
- Magistraten
Mr. Knol
- Zaaknummer
202300448/1/R3
- Vakgebied(en)
Bouwrecht / Stedenbouw en welstand
Bestuursrecht algemeen (V)
Omgevingsrecht / Handhaving
Staatsrecht / Wetgeving
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:2645, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 03‑07‑2024
- Wetingang
Artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht
Essentie
Het incidenteel hoger beroep van het college is ongegrond, omdat appellant wel gezien kan worden als belanghebbende.
Samenvatting
Inleiding
Appellant is eigenaar van het perceel waar hij een paardenhouderij exploiteert. Op 12 januari 2022 heeft appellant het college van burgemeesters en wethouders (hierna: het college) verzocht handhavend op te treden tegen paardenhouderijen op 26 andere percelen, omdat zij volgens appellant in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat zijn perceel te ver weg gelegen is en hij daarom niet als belanghebbende wordt aangemerkt. Zijn bezwaar was daarom niet-ontvankelijk verklaart. Appellant is het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.