De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.2.4.a:V.2.4.a De inhoud en vorm van het deskundigenbericht
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.2.4.a
V.2.4.a De inhoud en vorm van het deskundigenbericht
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS382168:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de besproken uitspraak van de OK uit 2003 inzake Hooymans, OK 13 februari 2003, JOR 2003/ 86 (Hooymans).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de hiervoor beschreven bevoegdheden van de deskundige om informatie te vergaren, kan hij zijn door de rechter gegeven opdracht vervullen. Het vonnis waarbij een deskundigenbericht wordt bevolen, zal voor iedere geschillenregelingprocedure een min of meer gelijkluidende opdracht (art. 194 lid 1 Rv) bevatten: bereken de waarde van de over te dragen aandelen, al dan niet ex art. 2:339 lid 3 BW met inachtneming van de statutaire blokkeringsregeling.
Een afwijking van de bepalingen van het normale deskundigenbericht betreft de wijze waarop het deskundigenbericht uitgebracht moet worden. Een mondeling verslag (art. 194 lid 2 Rv) is niet toegestaan. Het deskundigenbericht dient schriftelijk te zijn, aldus expliciet art. 2:339 lid 1 BW. Nadere regels over de inhoud van een schriftelijk bericht volgen uit art. 198 Rv. Zo moet onder meer melding worden gemaakt van de opmerkingen en verzoeken van partijen (lid 2) en dient iedere deskundige de schriftelijke prijsbepaling te ondertekenen (lid 4). Niet onbelangrijk is de regel dat het bericht met redenen is omkleed. De deskundige loopt anders het risico dat de rechter oordeelt dat zijn bericht 'summier en apodictisch van karakter' is.1
In art. 198 lid 4 Rv is aangegeven dat, indien er meer dan één deskundige is, een eventuele dissenting opinion niet een aparte vermelding behoeft. De rechter kan op grond van art. 197 lid 2 Rv een termijn stellen waarbinnen het rapport gereed moet zijn en ter griffie gedeponeerd moet worden.