Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.1:5.1 Inleiding
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633576:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik doel hiermee op geloofsgemeenschappen, spirituele en levensbeschouwelijke gemeenschappen. Als alternatief gebruik ik ook geestelijke gemeenschappen.
EHRM 13 december 2001, Metropolitan Church of Bessarabia v. Moldavië, r.o. 105; EHRM 31 juli 2008, nr. 40825/98, Jehovah’s Getuigen e.a. v. Oostenrijk, r.o. 82; EHRM 1 oktober 2009, Kimlya e.a. v. Rusland, r.o. 84.
Pel 2013, p. 130, 131.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals uit paragraaf 4.4 is gebleken, omvat het in diverse verdragen en in artikel 6 GW vastgelegde recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging ook het recht tot oprichting en inrichting van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. Ook genieten deze organisaties vrijheid van vereniging, zoals gewaarborgd in onder meer artikel 8 GW en 11 EVRM. Als het om rsl-organisaties gaat, interpreteert het EHRM artikel 9 EVRM in het licht van artikel 11 EVRM. Op grond van de jurisprudentie van het EHRM over artikel 9 EVRM hebben rsl-gemeenschappen1 recht op rechtspersoonlijkheid zodat ze als rechtssubject – dat wil zeggen als drager van vermogensrechtelijke rechten en verplichtingen – kunnen deelnemen aan het rechtsverkeer.2 In Nederland kunnen ze de rechtsvorm kiezen die het beste past bij hun grondslag of doelstelling.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de rechtsvormen waarvan rsl-gemeenschappen gebruik kunnen maken om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen, zoals voor het openen van een bankrekening of het aanschaffen of huren van een ruimte voor eredienst, bezinningsbijeenkomst of spiritueel event. Het gaat in de Nederlandse praktijk veelal om de rechtsvormen kerkgenootschap, vereniging en stichting. Voor geloofsgemeenschappen staan alle drie de rechtsvormen open. Levensbeschouwelijke (en waarschijnlijk ook spirituele) gemeenschappen daarentegen kunnen niet de rechtsvorm kerkgenootschap hanteren en kiezen gewoonlijk voor vereniging of stichting.3
Het kerkgenootschap is een bijzondere rechtsvorm. De structuur en inrichting daarvan worden in tegenstelling tot die van stichting en de vereniging niet primair door de wet, maar door het eigen kerkrecht bepaald. Omdat het kerkgenootschap als rechtsvorm vrijwel niet geregeld is in de wet en de definitie zich meer heeft ontwikkeld in de rechtspraak en doctrine, zal ik uitgebreider stilstaan bij deze rechtsvorm. Vervolgens onderzoek ik welke verschillen er bestaan tussen de drie rechtsvormen wat betreft oprichting, registratie in het Handelsregister, vertegenwoordiging, organisatievrijheid, UBO-registratie en ontbinding, alsook welke voor- en nadelen elke rechtsvorm voor een rsl-gemeenschap heeft. Ik neem daarin ook mee het wetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties (wtmo) en de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (wbtr).
Als eerste sta ik stil bij de algemene thema’s inrichtingsvrijheid (paragraaf 5.2) en rechtsvormkeuze (paragraaf 5.3). Beide thema’s zijn van belang als onderdeel van mijn in hoofdstuk 1 ontwikkelde toetsingskader. Omdat vanwege de verschillen tussen de drie rechtsvormen – met name tussen kerkgenootschap enerzijds en stichting en vereniging anderzijds – bij een reeds bestaande entiteit de behoefte kan bestaan om voor een andere rechtsvorm te kiezen, bespreek ik ook de mogelijkheid van omzetting van een rechtspersoon (paragraaf 5.4).