Rb. Den Haag, 08-10-2019, nr. SGR 19/3433
ECLI:NL:RBDHA:2019:10950
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
08-10-2019
- Zaaknummer
SGR 19/3433
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2019:10950, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 08‑10‑2019; (Mondelinge uitspraak)
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2020:497, Bekrachtiging/bevestiging
- Vindplaatsen
NLF 2019/2776
FutD 2019-3281
Viditax (FutD) 2019121005
Uitspraak 08‑10‑2019
Inhoudsindicatie
Eiser heeft voor het jaar 2016 €16.243 aan uitgaven voor specifieke zorgkosten aangegeven. Verweerder is van de aangifte afgeweken, omdat de aftrek specifieke zorgkosten onvoldoende onderbouwd is. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser niet in zijn bewijslast geslaagd. Eiser heeft een dieetlijst uit 2011 overgelegd. Uit deze lijst kan niet worden afgeleid dat eiser de daarin vermelde diëten op medisch voorschrift heeft gevolgd en evenmin dat dat deze diëten ook in 2016 zijn gevolgd. Voor het overige heeft eiser de kosten niet met schriftelijke bescheiden onderbouwd. Beroep ongegrond.
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 19/3433
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
8 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 20 mei 2019 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2016 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2019.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] en [B] .
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser heeft aangifte IB/PVV gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 39.738. Eiser heeft daarbij een bedrag van € 16.243 aan uitgaven voor specifieke zorgkosten aangegeven.
2. Bij brief van 14 juli 2018 heeft verweerder eiser gevraagd de aftrek specifieke zorgkosten te onderbouwen met bewijsstukken. De reactietermijn voor het insturen van de bewijsstukken heeft verweerder gesteld op 8 september 2018. Bij brief van 22 augustus 2018 heeft eiser aan verweerder laten weten dat hij geen documenten zou opsturen. Bij brief van 24 augustus 2018 heeft verweerder een voornemen om af te wijken van de aangifte naar eiser verzonden met een reactietermijn tot 7 september 2018. Eiser heeft telefonisch nogmaals laten weten geen stukken op te sturen voor de beoordeling van de aangifte. Verweerder heeft vervolgens de aftrek specifieke zorgkosten geweigerd en de aanslag opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 55.981.
3. In bezwaar heeft eiser een dieetlijst overgelegd. De dieetlijst heeft verweerder geen aanleiding gegeven (een gedeelte van) de aftrek specifieke zorgkosten toe te kennen.
4. In geschil is of verweerder de aftrek specifieke zorgkosten terecht heeft geweigerd.
5. Op grond van artikel 6.17, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001
(Wet IB) worden als aftrekbare specifieke zorgkosten aangemerkt de uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor (onder andere) de extra kosten van een op medisch voorschrift gehouden dieet tot een bedrag bepaald bij ministeriële regeling. Ook geldt voor de aftrek specifieke zorgkosten de algemene voorwaarde dat de uitgaven op eiser moeten drukken en moet eiser zich redelijkerwijs gedrongen hebben kunnen voelen tot het doen van de uitgaven (artikel 6.1, eerste en derde lid, van de Wet IB). Op eiser rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan deze voorwaarden voldaan is.
6. Eiser heeft om aan zijn bewijslast te voldoen een dieetlijst met dagtekening10 februari 2011 overgelegd. Deze lijst kan echter niet als een dieetverklaring als bedoeld in artikel 37, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 worden aangemerkt. Uit deze lijst kan immers niet worden afgeleid dat eiser de daarin vermelde diëten op medisch voorschrift heeft gevolgd en evenmin dat deze diëten ook in 2016 zijn gevolgd. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij en zijn echtgenote aan diverse lichamelijke kwalen lijden en verschillende behandelingen hebben ondergaan in verband waarmee kosten zijn gemaakt. Voor de aftrek specifieke zorgkosten dienen de kosten echter met schriftelijke bewijsstukken onderbouwd te worden. Aangezien eiser verder geen stukken heeft overgelegd, heeft verweerder terecht de aftrek specifieke zorgkosten geweigerd.
7. Eiser heeft ten slotte aangevoerd dat de aanslagregelaar onbevoegd was om de aanslag op te leggen, omdat zij voordat de termijn voor het indienen van de bewijsstukken verstreken was al een voornemen om af te wijken van de aangifte heeft gestuurd. De rechtbank overweegt dat de aanslagregelaar niet had hoeven te wachten tot 8 september 2018 om de aanslag op te leggen. Eiser had, gelet op de tussen hem en verweerder gevoerde correspondentie zoals hiervoor onder 2 vermeld, immers meerdere malen aangegeven dat hij geen stukken zou opsturen.
8. Tegen de in rekening gebrachte belastingrente heeft eiser geen afzonderlijke gronden aangevoerd. Gesteld noch gebleken is dat deze rente naar een onjuist bedrag of in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht is berekend.
9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E. Schotte, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Baak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.