Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/9.2:9.2 Onderdeel I Internationaalrechtelijke kaders
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/9.2
9.2 Onderdeel I Internationaalrechtelijke kaders
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS611856:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderdeel is de Richtlijn ETS vanuit internationaal en EU-perspectief bekeken. Daarbij werden mondiale verdragen behandeld, alsook enkele gewoonterechtelijke regels. De deelvraag luidde:
Kan de Richtlijn ETS aan het UNFCCC, het Kyotoprotocol, VwEU, VEU en ander internationaal recht worden getoetst, en zo ja, voldoet de Richtlijn ETS aan de eisen die hieraan door deze regelgeving worden gesteld?
De vraag of een EU richtlijn kan worden getoetst aan een verdrag hangt van drie voorwaarden af, te weten:
de EU moet aan het verdrag gebonden zijn;
de aard en opzet van het verdrag mogen zich niet tegen een toetsing van een handeling aan het verdrag verzetten;
de bepalingen uit het verdrag waaraan getoetst moet worden moeten inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn.
In het kader van het ETS zijn met name de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), het Kyotoprotocol, Akkoord van Parijs, de Chicago-conventie inzake de burgerluchtvaart en CORSIA - een wereldwijd handelsysteem in CO2 afkomstig van de luchtvaart - van belang. Deze verdragen en resolutie werden in het licht van de voorwaarden beschouwd. Voor de UNFCCC, het Kyotoprotocol en Akkoord van Parijs werd vastgesteld dat, ondanks dat de EU aan deze verdragen is gebonden, de verdragen niet aan de overige voorwaarden voldeden, of dat in ieder geval de aard en opzet van de verdragen zich tegen toetsing verzette. Tevens werd vastgesteld dat daar waar de EU aan een verdrag gebonden is en wetgevend heeft opgetreden, artikel 93 en 94 Gw niet kunnen worden toegepast.
In het arrest Air Transport Association of America e.a. is ten aanzien van de Chicago-conventie bepaald dat de EU hier niet aan gebonden is. Desalniettemin werd vastgesteld dat ingevolge artikel 351 VwEU en de jurisprudentie te dier zake artikel 93 en 94 Gw ook ten aanzien van dit verdrag geen toepassing kunnen hebben. CORSIA deelt hetzelfde lot (voor zover zij al een bindende maatregel mocht zijn). Wat betreft gewoonterechtelijke beginselen werden in Air Transport Association of America e.a. geen strijdigheden geconstateerd.
Wat betreft het VEU en VwEU werd de Richtlijn ETS getoetst aan de rechtsgrondslag, het subsidiariteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel, de vrij verkeersbepalingen en de bepalingen inzake mededinging en staatssteun. Ten aanzien van de meeste van deze bepalingen en beginselen werden geen strijdigheden geconstateerd. Alleen in het kader van het subsidiariteitsbeginsel werd ten aanzien van enkele tussentijdse wijzigingen van de Richtlijn ETS vastgesteld dat deze wijzigingen op punten beter hadden moeten worden gemotiveerd. Er werd echter tevens op gewezen dat wetgevingshandelingen van de EU tot nog toe nooit op grond van het subsidiariteitsbeginsel zijn vernietigd. Daar waar dus in dat kader motiveringsgebreken zijn geconstateerd, zal dit waarschijnlijk niet tot vernietiging van (een deel van) de Richtlijn leiden.