Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/51:51 Communautaire achtergrond EEX-Verordening II
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/51
51 Communautaire achtergrond EEX-Verordening II
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511356:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer HvJEG 1 maart 2005, C-281/02, Jur. 2005, p. I-1383, NJ 2007/369 m.nt. P. Vlas (Owusu/Jackson), r.o. 34.
HvJ 4 mei 2010, C-533/08, Jur. 2010, p. I-04107, NJ 2010/482 m.nt. K.F. Haak (TNT/AXA), r.o. 49-50.
HvJ 4 mei 2010, C-533/08, Jur. 2010, p. I-04107, NJ 2010/482 m.nt. K.F. Haak (TNT/AXA), r.o. 53.
HvJ 4 mei 2010, C-533/08 (TNT/AXA), r.o. 54.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de uitleg van de EEX-Verordening II en (indertijd) van het EEX-Verdrag en de EEX-Verordening spelen de communautaire beginselen waarop de EEX-Verordening II is gegrond een grote rol. Het HvJ heeft een zeer ruime opvatting over wat de interne markt precies vereist. Het HvJ oordeelde meermaals dat de goede werking van de interne markt een zoveel mogelijk uniforme, strikte en letterlijke interpretatie van de verordening meebrengt.1 Naast het goed functioneren van de interne markt kunnen ook andere uitgangspunten worden genoemd waarop de EEX-Verordening II is gebaseerd. In de uitspraak TNT/AXA vat het HvJ de EEX-uitgangspunten en beginselen als volgt samen:
‘(…) de beginselen die aan de justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken binnen de Unie ten grondslag liggen, zoals de in de punten 6, 11, 12, 15, 16 en 17 van de considerans van verordening 44/2001 genoemde beginselen van vrij verkeer van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, van voorzienbaarheid van de bevoegde rechterlijke instanties en, bijgevolg, van rechtszekerheid voor de justitiabelen, van een goede rechtsbedeling, van het zoveel mogelijk beperken van parallel lopende procedures en van wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling binnen de Unie.
De eerbiediging van elk van die beginselen is nodig voor de goede werking van de interne markt, die, zoals blijkt uit punt 1 van de considerans van verordening 44/2001, de ratio van deze verordening vormt.’2
Het HvJ stelt hier ook expliciet dat de genoemde beginselen ten dienste staan van de goede werking van de interne markt. Voor de goede werking van de interne markt is het noodzakelijk dat een verordening bestaat inzake de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen, die op deze beginselen is gebaseerd. Het HvJ categoriseert deze beginselen aldus dat aan de regels inzake rechterlijke bevoegdheid ten grondslag liggen dat deze regels
‘(…) in hoge mate voorspelbaar zijn, een goede rechtsbedeling vergemakkelijken en het risico van parallel lopende processen zo veel mogelijk kunnen beperken.’3
Aan de bepalingen inzake erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen liggen ten grondslag
‘die (beginselen, JV) welke in de punten 6, 16 en 17 van de considerans van verordening 44/2001 zijn genoemd, te weten het beginsel van het vrije verkeer van beslissingen en dat van wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling (favor executionis) (…).’4