V-N 2025/11.3
Individuele omstandigheden bepalen of chauffeurs van Uber ondernemer of werknemer zijn
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:319, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
De Groot, Du Perron, Schaafsma, Salomons, Makkink
- Zaaknummer
24/00877
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD495:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:319, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:996, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑09‑2024
- Wetingang
3:305a BW; art. 7:610 BW
Essentie
De Hoge Raad antwoordt op prejudiciële vragen van Hof Amsterdam dat de vraag of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, afhangt van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien (Deliveroo-arrest). De Hoge Raad heeft in het Deliveroo-arrest tussen de genoemde omstandigheden die onder meer van belang kunnen zijn, geen rangorde aangebracht. De Hoge Raad ziet voor het aanbrengen van een rangorde nu ook geen aanleiding.
Samenvatting
Uber BV exploiteert een app, waarmee taxiritten worden geboekt. Chauffeurs melden zich aan voor de app en worden onderverdeeld in drie categorieën:
- 1.
Als ze geen chauffeurskaart of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.