De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties
Einde inhoudsopgave
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/2.2.4:2.2.4 Uitgangspunten belastingwet en fiscale regelingen
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/2.2.4
2.2.4 Uitgangspunten belastingwet en fiscale regelingen
Documentgegevens:
M.M.F.J. van Bakel, datum 15-06-2024
- Datum
15-06-2024
- Auteur
M.M.F.J. van Bakel
- JCDI
JCDI:ADS975560:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Van Hilten 2010, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om een (meer) gedegen uitspraak te kunnen doen of een bepaalde fiscale regeling strijdig is met het neutraliteitsbeginsel, is het van belang de doelstelling en context van deze regeling te kennen. Derhalve zal in dit onderzoek bij de analyse van de fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties telkens worden stilgestaan bij de algemene uitgangspunten van het betreffende belastingmiddel en de daarop gebaseerde specifieke fiscale regelingen. De uitgangspunten zijn gebonden naar tijd en plaats, waardoor ze onderdeel uitmaken van het positieve recht. Onderzocht zal worden of de fiscale gevolgen van het ontstaan, bestaan en de beëindiging van samenwerkingsverbanden in overeenstemming zijn met de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de specifieke belastingwet en de specifieke fiscale regelingen. Voor zover dit niet het geval is, zal ik tevens antwoord geven op de vraag of, en zo ja op welke wijze, de fiscale consequenties in overeenstemming kunnen worden gebracht met de wettelijke uitgangspunten c.q. de ratio van specifieke regelingen.
Neutraliteit is, zoals eerder vermeld, een relatief begrip. Daarom kan het voorkomen dat er keuzes gemaakt dienen te worden wanneer een aanpassing die bedoeld is om problemen binnen één belastingmiddel te verhelpen, onbedoeld een nieuw nadeel introduceert bij een andere belastingmiddel.1 Dit leidt tot twee belangrijke inzichten. In de eerste plaats dat van volledige neutraliteit nimmer sprake zal kunnen zijn, omdat belastingplichtigen hun handelen nu eenmaal in meer of mindere mate afstemmen op de belastingwetgeving. In de tweede plaats geldt dat bij het evalueren van neutraliteit rekening moet worden gehouden met de doelstellingen en rechtvaardigingen van de specifieke fiscale regelingen om te bepalen in hoeverre deze bijdragen aan een eerlijke en evenwichtige belastingheffing.