Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/2.3.1:2.3.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS305595:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
F.H.M. Grapperhaus, ‘Een stukje wetshistorie van de wet op de vennootschapsbelasting 1969’, in de: Verburgbundel, Deventer: Kluwer 1994, p. 68.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het parlement is eigenlijk nooit een principiële discussie over de rechtsgronden van de vennootschapsbelasting gevoerd. Illustratief is dat Grapperhaus, terugkijkend naar de periode waarin hij als staatssecretaris betrokken was bij de totstandkoming van de Wet VPB 1969, constateerde ‘dat het uit het gezichtspunt van iemand die verantwoordelijk is voor de belastingheffing, ongerijmd is een belasting ter discussie te stellen die een grote bijdrage aan de middelen van het rijk geeft, zonder welke een andere nog belangrijkere heffing, te weten, de inkomstenbelasting, in hoge mate zou worden gefrustreerd en die, tenslotte, vanuit de samenleving niet op grotere weerstanden stuit dan belastingen normaal doen.’1
De discussie over de vraag wat de rechtsgronden zijn van de vennootschapsbelasting, spitst zich toe op de vraag wie het werkelijke subject van deze belasting is. Ziet men de vennootschap als een zelfstandige entiteit die losstaat van haar aandeelhouders, dan is de vennootschap het subject van de vennootschapsbelasting. Kan men de vennootschap echter niet los zien van haar aandeelhouders, dan zijn deze aandeelhouders het werkelijke subject van de vennootschapsbelasting.
Hierna wordt eerst ingegaan op de zelfstandigheidsgedachte. Daarna komt de zogenoemde leer van het globale evenwicht, die de vennootschapsbelasting verklaart vanuit haar samenhang met de inkomstenbelasting, aan de orde. Vervolgens komen het beginsel van bevoorrechte verkrijging en het profijtbeginsel aan bod.