V-N 2026/18.15
Overschrijding redelijke termijn komt niet voor rekening van de inspecteur maar van de Staat
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:590, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
24/04636
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD102228:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:590, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg geheel moet worden toegerekend aan de rechtbank. Het hof had de Staat moeten veroordelen tot vergoeding van de immateriële schade wegens het overschrijden van de redelijke termijn.
Samenvatting
X BV klaagt over de door Hof Den Haag gegeven beslissing met betrekking tot de aan haar toegekende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hof heeft geoordeeld dat de overschrijding van de redelijke termijn voor de fase van eerste aanleg volledig is toe te rekenen aan de bezwaarfase. Daarom heeft het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.