NJF 2014/15
Procesrecht. Beslagrecht. Verhouding (voor executie vatbaar) provisioneel vonnis en uitspraak in de hoofdzaak in relatie tot gelegd derdenbeslag. Mogelijkheid tot herstel van een vormverzuim bij de betekening van het veroordelend vonnis in de hoofdzaak. Deformalisering van betekeningsvereisten.
Hof 's-Hertogenbosch 10-06-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1720
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
10 juni 2014
- Magistraten
Mrs. N.J.M. van Etten, I.B.N. Keizer, S.M.A.M. Venhuizen
- Zaaknummer
HD 200.102.459/01
HD 200.102.462/01
HD 200.103.007/01
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2014:1720, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 10‑06‑2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:663, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 11‑03‑2014
ECLI:NL:GHSHE:2013:5461, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 19‑11‑2013
- Wetingang
Art. 477a lid 2; 722 Rv
Essentie
Procesrecht. Beslagrecht. Verhouding (voor executie vatbaar) provisioneel vonnis en uitspraak in de hoofdzaak in relatie tot gelegd derdenbeslag. Mogelijkheid tot herstel van een vormverzuim bij de betekening van het veroordelend vonnis in de hoofdzaak. Deformalisering van betekeningsvereisten.
Samenvatting
De overleden man van eiseres is door een door de broer van gedaagde gepleegd misdrijf om het leven gekomen. De broer is veroordeeld tot schadevergoeding. Eiseres heeft derdenbeslag doen leggen onder gedaagde en een V.O.F. die beide broers dreven. Aangevoerd wordt onder meer dat het beslag nietig is omdat een provisioneel vonnis van de rechtbank, gewezen in de procedure tussen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.