Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.6:12.6 Conclusie
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.6
12.6 Conclusie
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197402:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de besproken rechtspraak komt het beeld naar voren dat er heel wat aan de hand moet zijn wil het EHRM oordelen dat een invorderingsmaatregel in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol. In principe bestaan er geen bezwaren tegen maatregelen als de uitoefening van het fiscale bodemrecht jegens derden (Gasus), het in het openbaar verkopen van bezittingen van de belastingschuldige (Rousk en Yukos), het aansprakelijk stellen van bestuurders voor de belastingschulden van de vennootschap (Khodorkovskiy en Lebedev) of het in rekening brengen van (hoge, niet met de werkelijke kosten strokende) bedragen voor de tenuitvoerlegging van de invordering (Yukos), mits de uitoefening van de bevoegdheden door de ontvanger geschiedt op niet-arbitraire wijze, is gebaseerd op een duidelijke en voorafgaande wettelijke bepaling en proportioneel is. Hoge kostenberekening lijkt ontoelaatbaar, want disproportioneel, als de belastingschuldige niet eerst, vóór de aanvang van dwanginvordering, voldoende in de gelegenheid is gesteld die kosten te voorkomen door vrijwillige betaling. Bij de keuze van de te treffen maatregelen dient de ontvanger een afweging te maken van alle relevante omstandigheden van het geval en te kiezen voor maatregelen die geschikt zijn en de belangen van de belastingschuldige niet verder beschadigen dan noodzakelijk voor het doel van invordering binnen een redelijke termijn. Met name is van belang dat de continuïteit van een onderneming zo min mogelijk in gevaar wordt gebracht, al worden ondernemers zich geacht bewust te zijn van de fiscale risico’s van hun commerciële activiteiten. Ten slotte dienen de belastingschuldige, aansprakelijke derden en slachtoffers van bevoegdheden zoals het Nederlandse bodemrecht en het Franse droit de préemption over een effectief rechtsmiddel te beschikken om een onafhankelijke instantie te laten oordelen over de rechtmatigheid en proportionaliteit van een invorderingsmaatregel.