De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/5.2.1:5.2.1 Twee- of meerpartijenovereenkomst?
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/5.2.1
5.2.1 Twee- of meerpartijenovereenkomst?
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385846:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Arnhem 2 oktober 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX8867.
Schuldenaar en schuldeiser kunnen door een bepaalde hoedanigheid aangewezen personen zijn, zie bijv. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/30-31.
Van Olffen 2011, p. 203.
Scholten 1927, p. 106.
Kroeze 2005.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de bewoordingen die de Hoge Raad in de oudere rechtspraak bezigt, lijkt men te kunnen opmaken dat een overeenkomst tussen een VOF en haar wederpartij gezien wordt als een meerpartijenovereenkomst (art. 6:213 lid 2 BW). Zo heeft de Hoge Raad het in de hiervoor genoemde uitspraak uit 1937 over het in dienst zijn van ieder der vennooten. Het Hof Amsterdam daarentegen overwoog in 2012 dat de appellant ‘als timmerman in dienst van de VOF’ was en zich voor de door hem geleden schade kon verhalen op ‘(het vermogen van) de vennootschap’ en, op grond van art. 18 WvK, op ‘(het vermogen van) de vennoten in privé’, zonder daarbij aandacht te besteden aan het feit dat de VOF als zodanig geen contractspartij kan zijn.1 Moet nu enige betekenis worden toegekend aan het verschil in bewoordingen die de Hoge Raad en het Hof hanteren? Niet in de zin dat de VOF tegenwoordig zelfstandig contractspartij zou zijn; dat is zij niet. Wel sluiten de bewoordingen van het Hof mijns inziens aan bij de opvattingen in het tegenwoordige rechtsverkeer dat de gezamenlijke vennoten als zodanig, dus in hun hoedanigheid van vennoten,2 partij zijn of, anders gezegd, dat de personenvennootschap zonder rechtspersoonlijkheid in materiële zin contractspartij is.3 De gezamenlijke vennoten treden immers als een zekere eenheid naar buiten, sluiten onder een gemeenschappelijke naam overeenkomsten en worden veelal ook door een wederpartij, die haar vorderingen meestal primair op het vennootschappelijk vermogen zal willen verhalen, als eenheid beschouwd. De rechten en plichten uit de ten name van de VOF gesloten overeenkomst rusten dan ook op die eenheid, die bestaat uit de vennoten gezamenlijk en die wordt aangeduid als vennootschap onderfirma.Scholten verdedigde deze visie al in 1927, toen hij met tegenzin het oordeel van de Hoge Raad dat vennoten vanwege het ontbreken van rechtspersoonlijkheid van de VOF zelf partij zijn bij een overeenkomst met een derde accepteerde, maar daarbij stelde:4
‘Een contract van de vennootschap is daarom nog niet precies hetzelfde als een contract van de vennooten. Als zij partij zijn, zijn zij dit dan toch alleenals leden der vennootschap en dus zoolang zij lid der vennootschap zijn.’
Er is dan ook in beginsel géén meerpartijenovereenkomst (die een vennoot als afzonderlijke partij bijvoorbeeld gedeeltelijk zou kunnen ontbinden), maar een tweepartijenovereenkomst waarbij aan de vennoten als collectief de rechten en plichten van het partij-zijn toekomen. Dit betekent onder andere dat de uit de overeenkomst voortvloeiende vorderingsrechten namens de VOF worden uitgeoefend door degene die bevoegd is haar te vertegenwoordigen. Dat de plichten uit de overeenkomst daarnaast ook op de vennoten in privé rusten, is een gevolg van art. 18 WvK.5 Het is niet vreemd of uniek dat meer personen gezamenlijk als één partij optreden; ook als meer curatoren in een faillissement een overeenkomst aangaan met een derde, treden zij gezamenlijk als één partij op.6 Er bestaat geen (dwingende) regel die verbiedt dat meer personen samen als één partij optreden.
Het voorgaande neemt natuurlijk niet weg dat partijen er voor kunnen kiezen om te contracteren met de vennoten persoonlijk, naast of in plaats van de VOF. Wat in een concreet geval bedoeld is, zal moeten worden vastgesteld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder de tekst van de overeenkomst en de bedoelingen van partijen.