RCR 2024/16
Uurtarief advocaat. Voldoet het kostenbeding in een tussen een advocaat en een consument gesloten overeenkomst aan het transparantievereiste van Richtlijn 93/13/EEG? En zo nee, moet dit kostenbeding als oneerlijk worden beschouwd?
Rb. Amsterdam 10-11-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7265
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
10 november 2023
- Magistraten
Mr. H.J. Schaberg
- Zaaknummer
10541329 / CV EXPL 23-8234
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS947607:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Juridische beroepen / Advocaat
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2023:7265, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 10‑11‑2023
- Wetingang
Art. 6:233 BW; Richtlijn 93/13/EEG zoals gewijzigd bij Richtlijn 2011/83/EU
Essentie
Uurtarief advocaat. Kostenbeding. Oneerlijk kernbeding. Transparantievereiste.
Voldoet het kostenbeding, bestaande uit vergoeding voor juridische diensten vastgesteld op basis van een uurtarief, in een tussen een advocaat en een consument gesloten overeenkomst aan het transparantievereiste van Richtlijn 93/13/EEG? En zo nee, moet dit kostenbeding, in het licht van alle omstandigheden van het geval, als oneerlijk worden beschouwd?
Samenvatting
Een advocaat begeleidt een cliënt bij een echtscheidingsprocedure op basis van een uurtarief. Omdat zijn facturen onbetaald blijven, start de advocaat een incassoprocedure. Daarin wordt de advocaat geconfronteerd met een ambtshalve toetsing van zijn tariefafspraak, met een vernietiging daarvan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.