Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.4.4:5.4.4 Conclusie
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.4.4
5.4.4 Conclusie
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583639:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
280. Het retentierecht bestaat uit een opschortingsrecht en een (bijzonder) verhaalsrecht met voorrang. Na de stille cessie kan de stille cedent beide rechten op dezelfde wijze blijven uitoefenen als voor de stille cessie.
Door de stille cessie gaan het (bijzondere) verhaalsrecht en de voorrang als nevenrechten op de stille cessionaris over (art. 6:142 BW). De stille cedent die krachtens lastgeving inningsbevoegd is gebleven, is bevoegd om op grand van het arrest Rabobank/Stormpolder deze rechten uit te oefenen. Deze rechten zijn onlosmakelijk aan de inningsbevoegdheid verbonden (zie hiervoor). De stille cedent dient beslag onder zichzelf te leggen op de zaak waarop het retentierecht rust. Na verkrijging van een executoriale titel kan hij zich met voorrang op de zaak verhalen.
Het opschortingsrecht is geen nevenrecht. De stille cedent blijft verplicht tot afgifte van de zaak en is uit dien hoofde bevoegd om zich jegens zijn wederpartij en derden op het opschortingsrecht te beroepen (art. 3:290, 3:291 en 6:53 BW). Uit de lastgeving zal in de regel voortvloeien dat de stille cedent jegens de stille cessionaris ook gehouden is om zich op het retentierecht te beroepen. Ook na de stille cessie kan de stille cedent zich voor het eerst op het retentierecht beroepen ten behoeve van de stille cessionaris.