V-N Vandaag 2020/3277
Grote storting bij Zwitserse bank rechtvaardigt geen lange navorderingstermijn
Hof Den Haag 09-12-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2482
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
9 december 2020
- Zaaknummer
BK-19/00704 en BK-19/00705
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal procesrecht / Bewijs
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2020:2482, Uitspraak, Hof Den Haag, 09‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat een storting in 2010 van € 100.000 niet alleen het vermoeden rechtvaardigt dat er in 2003 en 2004 ook al een aanzienlijk vermogen in het buitenland was gestald.
Samenvatting
X en/of zijn partner houden een verzwegen bankrekening in Zwitserland aan. In 2017 is daarom jegens hen een informatiebeschikking genomen (zie 18/8157). In geschil is thans de IB-navordering over 2003 en 2004. X stelt dat de rekening bij de UBS-bank pas in 2010 is geopend voor een zakenrelatie die het geld tegen een jaarlijkse vergoeding van € 10.000 buiten het zicht van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.