NJB 2025/2405
Bedreiging via een reclasseringsmedewerker met ‘enig misdrijf tegen het leven gericht’ art. 285 Sr: voor een veroordeling wegens bedreiging is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat door de bedreiging, gelet op de aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen. In casu kon het hof oordelen dat het gelet op de aard en inhoud van de uitlatingen de kans aanmerkelijk was dat de reclasseringsmedewerker de politie op de hoogte zou brengen van deze bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht en dat de politie vervolgens het slachtoffer daarvan op de hoogte zou brengen. Verdachte heeft deze aanmerkelijke kans bewust aanvaard.
HR 30-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1432
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/01172
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1432, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:600, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑06‑2025
- Wetingang
(art. 285 Sr)
Essentie
Bedreiging via een reclasseringsmedewerker met ‘enig misdrijf tegen het leven gericht’ art. 285 Sr: voor een veroordeling wegens bedreiging is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat door de bedreiging, gelet op de aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen. In casu kon het hof oordelen dat het gelet op de aard en inhoud van de uitlatingen de kans aanmerkelijk was dat de reclasseringsmedewerker de politie op de hoogte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.