NJB 2025/2405:Bedreiging via een reclasseringsmedewerker met ‘enig misdrijf tegen het leven gericht’ art. 285 Sr: voor een veroordeling wegens bedreiging is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat door de bedreiging, gelet op de aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen. In casu kon het hof oordelen dat het gelet op de aard en inhoud van de uitlatingen de kans aanmerkelijk was dat de reclasseringsmedewerker de politie op de hoogte zou brengen van deze bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht en dat de politie vervolgens het slachtoffer daarvan op de hoogte zou brengen. Verdachte heeft deze aanmerkelijke kans bewust aanvaard.