Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/1.5
1.5 Toetsingskader
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258342:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
I.S. Forrester & O.E. Odarda, ‘The Agreement on Customs Valuation’, in: P.F.J. Macrory, A.E. Appleton en M.G. Plummer, The World Trade Organization: Legal, Economic and Political Analysis, New York: Springer, p. 534.
EC, Community Introduced New Customs Valuation Rules, Intertax 9(2), p. 62-63.
Een voorbeeld betreft de waardedefinitie die toepassing vonden in de Verenigde Staten en berustte op de Tariff Act van 18 juni 1930, gewijzigd op 1 juli 1950. Het vijftal maatstaven dat op voornoemde wetgeving berusten zijn, op volgorde van toepassing, de volgende: Foreign Value, Export Value, United States Value, Cost of Production en The American Selling Price. In het bijzonder de laatste maatstaf wordt gekenmerkt door een sterk protectionistisch karakter, omdat het de waarde van ingevoerde goederen in de Verenigde Staten gelijkschakelt met de verkoopprijs van in de Verenigde Staten geproduceerde goederen bij verkoop voor binnenlands gebruik aan alle kopers op de belangrijkste markt in de Verenigde Staten zelf. Zie voor een uitvoerige bespreking onderdeel 5.3.3.2 en K. Millenaar, De waarde bij invoer I, WFR 1955/491.
Mondiaal zijn de belangrijkste functies van het heffen van invoerrechten het vergaren van inkomsten en het beschermen van de binnenlandse industrie. In onderdeel 1.1 kwam al kort aan bod dat invoerrechten worden afgebouwd, ondanks het neo-protectionisme. Desondanks blijft de douanewaarde een rol van betekenis spelen in de internationale handel, omdat de douanewaarde bijvoorbeeld wordt gebruikt in het kader van invoerstatistieken en als maatstaf van heffing van andere bij invoer verschuldigde belastingen zoals de btw.
Forrester en Odarda wijzen erop dat om diverse redenen een internationaal geaccepteerd systeem ter bepaling van de douanewaarde wenselijk is:1
“An ideal system would permit a degree of certainty and forward planning for trading parties; customs administration would be facilitated; fewer disputes would arise; transparency would prevail; and the imports from each country would be treated approximately equally.”
Het stimuleren van de internationale handel lijkt de achtergrond te zijn waarom tot vaststelling van een internationaal geaccepteerd systeem ter bepaling van de douanewaarde is overgegaan. Aan de behoefte tot vaststelling van een internationaal geaccepteerd systeem is gehoor gegeven door de vaststelling van wat thans bekend staat onder de naam CVA. De CVA kan als algemeen geaccepteerd stelsel worden aangemerkt, omdat alle 164 leden van de WHO, waaronder de Europese Unie, gehouden zijn om de CVA-bepalingen toe te passen. Voornoemde bepalingen geven op gedetailleerd niveau weer hoe de douanewaarde vastgesteld moet worden. De doelstelling van de CVA-bepalingen is om een douanewaarde vast te stellen die zoveel mogelijk de werkelijke economische waarde van de ingevoerde goederen op of omstreeks het tijdstip van invoer weergeeft. Daartoe voorziet de CVA in een strikt hiërarchisch systeem bestaande uit zes waarderingsmethoden en wordt de transactiewaarde van de ingevoerde goederen aangemerkt als preferente en primaire methode om de douanewaarde vast te stellen. De CVA bepaalt voorts welke prijselementen aan de transactiewaarde moeten worden toegevoegd en welke daarvan moeten worden uitgesloten alsook de voorwaarden waaronder de toevoeging of uitsluiting moet plaatsvinden. Aan WHO-leden komt slechts in beperkte mate autonomie toe om eigen (afwijkende) douanewaardebepalingen op te nemen. Bij de bespreking van de Unierechtelijke douanewaardebepalingen is derhalve een goed begrip over de totstandkoming van de CVA (onderdelen 3.2 en in het bijzonder onderdeel 3.2.4) en de verhouding van de CVA tot het EU-douanerecht (onderdeel 4.3.2) van belang.
In de CVA zijn in de preambule overwegingen opgenomen die bij de interpretatie van de CVA-bepalingen in acht genomen moeten worden om de uniforme uitleg van de CVA-bepalingen te garanderen en zorg te dragen dat de economische waarde van de ingevoerde goederen wordt vastgesteld. Indien elk lid van de WHO de CVA-bepalingen op uniforme wijze uitlegt, leidt dat voor partijen die opereren op een internationale markteconomie tot een eenvoudigere handelspraktijk daar het makkelijker is om te voldoen aan het in elk van de betrokken douaneterritoria toepasbare douanerecht. Het stimuleert daarmee de internationale handel.
De overwegingen uit de preambule die voor dit onderzoek van belang zijn, luiden als volgt:
Er moet worden uitgegaan van een rechtvaardig, éénvormig en neutraal systeem voor het bepalen van de douanewaarde van goederen dat het gebruik van willekeurig vastgestelde of fictieve douanewaarden uitsluit;
De grondslag voor de berekening van de douanewaarde van goederen dient zoveel mogelijk de transactie te zijn van de goederen waarvan de waarde wordt bepaald;
De douanewaarde dient op eenvoudige en billijke, met de handelspraktijk verenigbare grondslagen te berusten en de methoden voor het bepalen van de waarde dienen van algemene toepassing te zijn, ongeacht de herkomst van de goederen;
De procedures voor het bepalen van de douanewaarde mogen niet voor het bestrijden van dumping worden gebruikt.
Bij de interpretatie van douanewaardebepalingen en aanbevelingen voor aanpassing of het formuleren van nieuwe douanewaardebepalingen zal ik deze overwegingen in acht nemen. Zij vormen met andere woorden de elementen van het toetsingskader. De elementen zijn geformuleerd door de landen die betrokken waren bij de vaststelling van de CVA en zijn in hun ogen noodzakelijk om de werkelijke economische waarde van de ingevoerde goederen vast te stellen en met het douanewaardesysteem bij te dragen aan het stimuleren van de internationale handel. Dat sprake is van een billijk, uniform en neutraal systeem, volgt uit het volgende.2 Het betreft een billijk systeem, omdat de CVA rekening houdt met de commerciële en economische realiteit en aansluiting zoekt bij de beste elementen van de regelingen die zij vervangt (lees: de Brusselse Waarde Definitie (BWD)). De BWD ging namelijk uit van een geobjectiveerde waardedefinitie, terwijl de CVA primair uitgaat van de werkelijk betaalde of te betalen prijs. Daarnaast sluit de CVA het gebruik van willekeurige of fictieve douanewaarden uit en vervangt protectionistisch ingestelde waardeconcepties.3 Het betreft voorts een uniform systeem, omdat het uitgaat van zes duidelijke methoden die van toepassing zijn op alle goederen ongeacht hun oorsprong of het karakter van de achterliggende verkoop. De neutraliteit van het systeem wordt gewaarborgd door het feit dat het kunstmatig verhogen van de waarde van ingevoerde goederen als protectionistische maatregel of als antidumpingmaatregel niet mogelijk is. In hoofdstuk 5 ga ik nader in op de hiervoor opgesomde vier elementen.