Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.9.7:5.9.7 UBO-registratie bij een vereniging
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.9.7
5.9.7 UBO-registratie bij een vereniging
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633838:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snijder-Kuipers & Veenstra 2020, par. 4.2., voetnoot 32, p. 365.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van artikel 3, lid 1, sub c, onder 1° Uitv.besl. Wwft 2018 zijn de criteria voor UBO’s van een vereniging dezelfde als voor de stichting. Voor het grootste deel verwijs ik derhalve naar paragraaf 5.9.6.
Wat betreft het tweede criterium, de uitoefening van meer dan 25 procent van de stemmen bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten van de vereniging, merk ik nog het volgende op. Net als bij de stichting geldt dit criterium ook als voor het besluit tot statutenwijziging de voorafgaande goedkeuring van een ander orgaan of van een derde nodig is. Het uitgangspunt voor het tweede UBO-criterium is immers het stemrecht bij een besluit tot statutenwijziging.1 Bij de vereniging heeft de algemene vergadering de bevoegdheid tot statutenwijziging (artt. 2:42 en 2:43 BW). Voor zover de statuten van een vereniging de bevoegdheid tot statutenwijziging uitsluiten, is statutenwijziging niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn (art. 2:43, lid 2 BW). Alle niet-geschorste leden hebben in de algemene vergadering één stem, maar de statuten kunnen aan bepaalde leden meer dan één stem toekennen (art. 2:38, lid 1 BW). Ook kunnen de statuten bepalen dat personen die deel uitmaken van andere organen van de vereniging en die geen lid zijn, in de algemene vergadering stemrecht kunnen uitoefenen (art. 2:38, lid 3 BW).