Revindicatoire aanspraken op giraal geld
Einde inhoudsopgave
Revindicatoire aanspraken op giraal geld (R&P nr. FR3) 2009/3.1:3.1 Inleiding
Revindicatoire aanspraken op giraal geld (R&P nr. FR3) 2009/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
B. Bierens, datum 23-03-2009
- Datum
23-03-2009
- Auteur
B. Bierens
- JCDI
JCDI:ADS592345:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Omwille van de duidelijkheid ten aanzien van methodologische keuzen en uitgangspunten, benadruk ik dat met de uiteenzetting van mijn zienswijze in dit hoofdstuk het pad van de heersende leer wordt verlaten. Gestoeld op de probleemstelling en inzichten uit de vorige hoofdstukken, bevat dit hoofdstuk een alternatieve opvatting en is een weergave van, naar mijn mening, wenselijk recht. Uiteraard wordt daarbij wel steun gezocht bij de relevante literatuur.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk formuleer ik een theorie die verklaart waarom en in welke gevallen een revindicatoire aanspraak op giraal geld zou kunnen worden aanvaard. Ik begin met een verkenning van de literatuur (paragraaf 2), gevolgd door een bespreking van de wijze waarop giraal geld kan worden gekwalificeerd als object van een goederenrechtelijke aanspraak (paragraaf 3). Deze benadering plaatst de functie en rechtspositie van de bank in het betalingsverkeer in een ander licht (paragraaf 4). Daarna bespreek ik wat de vermogensovergang van geld rechtvaardigt. Een rechtvaardiging kan worden gevonden in de rechtsverhouding tussen partijen of in de eisen van een ongestoorde geldcirculatie (paragraaf 5). Op basis van deze tweeledige toets blijkt er een beperkt aantal situaties te zijn waarin geen van beide een toereikende legitimatie verschaft. In dit beperkte aantal gevallen kan een revindicatoire aanspraak op giraal geld worden aanvaard (paragraaf 6). Ik sluit af met een conclusie (paragraaf 7).1