NJ 1928, p. 782
Verjaring van belastingschuld. Toepasselijkheid van het burgerlijk recht. Art. 262 Gemeentewet.
HR 01-02-1928, ECLI:NL:HR:1928:390, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 februari 1928
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Visser, Taverne, van den Dries en Polak.
- Zaaknummer
[01021928/NJ_1928,_p._782]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS101968:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
Staatsrecht / Decentralisatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1928:390, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑02‑1928
- Wetingang
(BW art. 1983; Gemeentewet (oud) art. 262.)
Essentie
Verjaring van belastingschuld. Toepasselijkheid van het burgerlijk recht. Art. 262 Gemeentewet.
Samenvatting
Ook verjaring van belastingschuld wordt beheerscht door de bepalingen van het B. W., tenzij de publiekrechtelijke regeling zelve anders bepaalt.
Wat betreft de verjaring, geregeld in art. 262 Gemeentewet, is zulks wil het geval t. a. v. art. 2016, maar niet t. a. v. art. 2019 B. W.
Art. 262 Gemeentewet regelt verjaring, geen déchéance.
Vonnis Rechtb. vernietigd, daar ten onrechte is gepasseerd het bewijsaanbod betreffende erkenning der belastingschuld.
Partij(en)
H. T. M. de Groof,. ten deze handelende in zijne hoedanigheid van Ontvanger der ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.