Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/5.2.2.1
5.2.2.1 Ontwikkeling commerciële winstbepaling
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399481:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In dit hoofdstuk zal ik steeds de term “commerciële jaarrekening” of “commercieel winstbegrip” hanteren. In de literatuur wordt ook wel de term “vennootschappelijke jaarrekening of winst” gehanteerd, of alleen “jaarrekening”.
Volgens Van Hoepen is de term “maatschappelijk aanvaarbare normen” bewust gekozen, omdat het begrip “goed koopmansgebruik” al een eigen fiscale betekenis had. M.A. van Hoepen, “Goed koopmansgebruik en IFRS”, MBB 2007/9, paragraaf 4.
Zie hieromtrent ook C. Bruijsten, De toekomst van het fiscale winstbegrip, WFR 2009/823, paragraaf 2.2.1.
Dat in tegenstelling tot landen, zoals Duitsland, waar de commerciële winstbepaling wordt gekenmerkt door een continentale aanpak. Zie hoofdstuk 5.3.2.
Geschriften van de Vereniging van Belastingwetenschap, Goed koopmansgebruik Qua Vadis? Nr. 254, Kluwer, 2015, paragraaf 2.1.
Geschriften van de Vereniging van Belastingwetenschap, Goed koopmansgebruik Qua Vadis? Nr. 254, Kluwer, 2015, paragraaf 2.4.
De commerciële1 jaarrekening wordt volgens art. 2.362 lid 1 BW opgesteld volgens normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd (art. 2:362, eerste lid, BW).2 De normen zijn nader uitgewerkt in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ). Naast de RJ kennen we ook de door de International Accounting Standards Board (IASB) opgestelde International Accounting Standards (IAS) en International Financial Reporting Standards (IFRS). Sinds 1 januari 2005 moeten de IAS/IFRS verplicht worden toegepast bij de geconsolideerde jaarrekening van beursgenoteerde ondernemingen. Andere ondernemingen kunnen de IFRS naar keuze toepassen.3
De commerciële winstbepaling kenmerkt zich van oudsher door een zogenoemde Angelsaksische aanpak. Dit houdt in dat de externe verslaggeving georiënteerd is op aandeelhouders, met andere woorden: het gaat vooral om het verstrekken van informatie aan de kapitaalmarkt op basis van de economische werkelijkheid (“true and fair view’’, oftewel getrouw beeld van de jaarrekening). Van oudsher was er in deze landen die het Angelsaksische model hanteerden geen sprake van een strikte koppeling van de fiscale aan de commerciële winstbepaling.4 Essers geeft aan dat Nederland zich binnen de Angelsaksische benadering altijd sterk onderscheiden heeft door een sterke koppeling van de verslaggeving aan de bedrijfseconomieleer, veroorzaakt door de sterke invloed van bedrijfseconomen als Meij, Limperg en Van der Schroeff.5 Sinds de jaren zeventig is er een steeds verdergaande invloed van Europa waar te nemen op de regels voor commerciële winstbepaling. Mijns inziens vat Essers het kernachtig samen door te stellen dat door de invloed van “Europa’’ (de Vierde en Zevende Richtlijn, de IAS-verordening), de invloed van het IASC en van een actieve Ondernemingskamer de financiële verslaggeving grondig is veranderd en er sprake is van een toenemende codificatie van regels, toenemende invloed van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en invloed van IAS/IFRS en afnemende invloed van de bedrijfseconomie.6