V-N 2025/7.11
Hoge Raad acht zijn invulling van begrip ‘eerste ingebruikneming’ correct
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:157, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
24/02923
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS996301:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:157, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1283, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad acht het buiten redelijke twijfel dat zijn uitleg van art. 11 lid 3 onderdeel b Wet OB 1968 in overeenstemming is met de mogelijkheid die de BTW-richtlijn aan de lidstaten biedt om de voorwaarden te bepalen voor de toepassing van het criterium van de ‘eerste ingebruikneming’ op de verbouwing van oude gebouwen.
Samenvatting
X BV verkrijgt in 2018 de aandelen in Y BV, een onroerendezaakrechtspersoon. Tot de activa van Y BV behoort een kantoorpand waarvan Y BV het recht van erfpacht op de grond met daarop het pand heeft verkregen voor € 6,5 mln. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.