NJB 2025/595
Uitspraak in het openbaar, art. 362 lid 1 Sv: in casu blijkt uit de stukken niet dat de beslissing van het hof in het openbaar is uitgesproken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat dit niet is gebeurd. De Hoge Raad doet wat het hof had moeten doen en spreekt zelf de beslissing van het hof op de openbare terechtzitting uit.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:355
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/02398
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:355, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1372, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
- Wetingang
(art. 362 Sv)
Essentie
Uitspraak in het openbaar, art. 362 lid 1 Sv: in casu blijkt uit de stukken niet dat de beslissing van het hof in het openbaar is uitgesproken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat dit niet is gebeurd. De Hoge Raad doet wat het hof had moeten doen en spreekt zelf de beslissing van het hof op de openbare terechtzitting uit.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – overtreding van de Opiumwet.
Het cassatiemiddel klaagt dat de bestreden beslissing niet in het openbaar is uitgesproken.
Hoge Raad, o.a.
3.2
Uit de stukken blijkt niet dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.