V-N Vandaag 2026/491
Verlenging redelijke termijn indien gemachtigde onvoldoende beschikbaar is voor zittingen?
HR (Parket) 13-03-2026, ECLI:NL:PHR:2026:248
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
13 maart 2026
- Zaaknummer
25/02550
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:735, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑05‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:248, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑03‑2026
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
A-G Pauwels bespreekt de vraag hoe bij de vaststelling van de ISV moet worden omgegaan met de situatie waarin vertraging in de beroepsfase ontstaat doordat de gemachtigde van een belastingplichtige (structureel) onvoldoende beschikbaar is voor zittingen.
Samenvatting
X schakelt een gemachtigde in die voor hem opkomt tegen de WOZ-waarde. Rechtbank Midden-Nederland kent X een immateriële schadevergoeding (ISV) toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is met 13 maanden overschreden, maar de rechtbank verlengt die termijn met één jaar vanwege de bijzondere omstandigheid dat de gemachtigde van X structureel onvoldoende beschikbaar is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.