Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures (R&P nr. VG7) 2013/6.3.1:6.3.1 Inleiding
Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures (R&P nr. VG7) 2013/6.3.1
6.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.J. van Heeswijck, datum 28-11-2013
- Datum
28-11-2013
- Auteur
mr. A.J. van Heeswijck
- JCDI
JCDI:ADS587063:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Aanbestedingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2 lid 7 Rechtsbeschermingsrichtlijn klassieke sectoren en art. 2 lid 6 Rechtsbeschermingsrichtlijn nutssectoren.
HR 22 januari 1999, NJ 2000, 305 (Uneto/De Vliert); HR 4 november 2005, NJ 2006, 204 (Gebr. Van der Stroom/Staat), m.nt. Mok.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Rechtsbeschermingsrichtlijnen is een drietal gronden omschreven op basis waarvan een overeenkomst ‘onverbindend’ moet kunnen worden verklaard. De implementatie van deze gronden wordt besproken in paragraaf 3.2. In paragraaf 3.3 komt de vrijwillige voorafgaande publicatie aan bod, een voorziening die aanbestedende diensten bij correcte toepassing de mogelijkheid biedt het gevaar voor ‘onverbindendheid’ uit te sluiten en daardoor tegemoet komt aan de gewenste rechtszekerheid.
Lidstaten mogen de gronden op basis waarvan een overeenkomst ‘onverbindend’ kan worden verklaard uitbreiden, maar verplicht is dat niet.1 Het uitgangspunt van de Nederlandse wetgever bij de implementatie van de Wijzigingsrichtlijn was om niet verder te gaan dan strikt noodzakelijk.2 Hij heeft geen aanvullende gronden aangewezen voor het ‘onverbindend verklaren’ van overeenkomsten. Hierdoor zijn de arresten Uneto/De Vliert en Gebr. Van der Stroom/Staat nog steeds relevant voor de rechtspraktijk. 3 Zij komen in paragraaf 3.4 aan de orde.