Overeenkomst tot arbitrage
Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/2.4.3.2:2.4.3.2 Art. 76 Rv
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/2.4.3.2
2.4.3.2 Art. 76 Rv
Documentgegevens:
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS503479:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MvT II, Kamerstukken II, 2002/03, 28 863, no. 3, blz. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 76 Rv inzake het verbod van evocatie als de rechter in hoger beroep een uitspraak van een lagere rechter — houdende onbevoegdverklaring — vernietigt, zag blijkens de wetsgeschiedenis ook al vóór de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Burgerlijke Rechtsvordering op de onbevoegdverklaring wegens een overeenkomst tot arbitrage:
’De toevoeging strekt louter ter verduidelijking. Zonder de toevoeging zou onduidelijk kunnen zijn hoe de bepaling zich verhoudt tot artikel 75, tweede lid, waar het gaat om gevallen waar de rechter zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een hogere rechter. In artikel 76 gaat het om gevallen van onbevoegdheid wegens ontbreken van rechtsmacht of wegens het feit dat de zaak door arbiters moet worden behandeld."1
Juist omdat art. 76 Rv inhoudelijk niet is gewijzigd, zullen problemen van overgangsrecht zich niet kunnen voordoen.