De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/1.2:1.2 Reikwijdte van het onderzoek
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/1.2
1.2 Reikwijdte van het onderzoek
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400769:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie omtrent de voor Europese subsidieregelingen kenmerkende programmaperioden hoofdstuk 2, paragraaf 2.7.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel de hiervoor beschreven problemen zich allemaal voordeden in het kader van de uitvoering van de structuurfondsen, zal dit onderzoek zich niet tot deze categorie Europese subsidieregelingen beperken. Ook de Europese subsidieregelingen die worden gefinancierd uit fondsen die thans niet tot de structuurfondsen worden gerekend, zoals het ELFPO, het ELGF en de migratiefondsen, en die eveneens door nationale uitvoeringsorganen worden uitgevoerd, zullen worden bezien. Enerzijds doen zich met betrekking tot deze subsidieregelingen soortgelijke problemen voor, anderzijds kan — indien het met de uitvoering van deze subsidieregelingen beter zou zijn gesteld — inspiratie worden opgedaan, teneinde de bestaande juridische problemen het hoofd te bieden. In hoofdstuk 2 wordt uitgebreid gemotiveerd hoe tot een afbakening van de voor dit onderzoek geselecteerde Europese subsidieregelingen is gekomen.
In dit onderzoek wordt voor vrijwel alle Europese subsidieregelingen die door Nederland worden uitgevoerd bezien in hoeverre verbeteringen mogelijk zijn, zowel op het Europees niveau als op het niveau van de lidstaat Nederland. Daarbij vormen de Europese en Nederlandse subsidieregelgeving zoals die geldt in de programmaperiode 2007-2013 het uitgangspunt.1 Omdat de relevante Europese en nationale jurisprudentie ziet op de programmaperioden daarvoor, is ook de in die programmaperioden geldende Europese en nationale subsidieregelgeving bij het onderzoek betrokken. Hoewel zowel de Europese als Nederlandse subsidieregelgeving is geëvolueerd, zijn de basiscontouren van de regelgeving hetzelfde gebleven. Dit geldt ook voor de Europese subsidieregelgeving die voor de komende programmaperiode 2014-2021 is aangekondigd. Dit betekent dat de in dit onderzoek gesignaleerde knelpunten en gekozen oplossingen ook voor de toekomst relevant blijven.
Hoewel het interessant zou zijn om te onderzoeken hoe het met de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving in andere lidstaten is gesteld — spelen daar dezelfde problemen of is de lidstaat Nederland een uitzondering? — is dit buiten dit onderzoek gelaten, om de eenvoudige reden dat de tijd die voor dit onderzoek beschikbaar was dat niet toeliet. Door bestudering van de literatuur, documenten van de Europese Commissie en de Europese Rekenkamer en de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie is echter wel het beeld ontstaan dat de Nederlandse problematiek niet op zichzelf staat. Veel ook is echter afhankelijk van de nationale wet- en regelgeving die op de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving in de desbetreffende lidstaat van toepassing is.