NJB 2024/74:Opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen, art. 139h Sr: sinds de wijziging van deze bepaling per 1 januari 2020 geldt, anders dan in art. 139f Sr en art. 441b Sr, niet langer als voorwaarde voor strafbaarheid dat gebruik wordt gemaakt van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. In dit arrest gaat de Hoge Raad o.g.v. het oude art. 139h Sr in op de vraag wanneer ‘de aanwezigheid’ van een technisch hulpmiddel ‘op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt’.