NJB 2024/74
Opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen, art. 139h Sr: sinds de wijziging van deze bepaling per 1 januari 2020 geldt, anders dan in art. 139f Sr en art. 441b Sr, niet langer als voorwaarde voor strafbaarheid dat gebruik wordt gemaakt van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. In dit arrest gaat de Hoge Raad o.g.v. het oude art. 139h Sr in op de vraag wanneer ‘de aanwezigheid’ van een technisch hulpmiddel ‘op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt’.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1730
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/00436
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1730, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:930, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑09‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑08‑2022
- Wetingang
(art. 139h Sr)
Essentie
Opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen, art. 139h Sr: sinds de wijziging van deze bepaling per 1 januari 2020 geldt, anders dan in art. 139f Sr en art. 441b Sr, niet langer als voorwaarde voor strafbaarheid dat gebruik wordt gemaakt van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. In dit arrest gaat de Hoge Raad o.g.v. het oude art. 139h Sr in op de vraag wanneer ‘de aanwezigheid’ van een technisch hulpmiddel ‘op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt’. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.