Einde inhoudsopgave
Smartengeld 2023/7.4.4.5.5
7.4.4.5.5 Discriminatie
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 28-10-2023
- Datum
28-10-2023
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD80741:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover onder meer Verheij (diss.), p. 521-523, die een verband legt met aantasting van eer. Zie voorts T. van den Berge, ‘Schadevergoeding, een effectieve sanctie op rassendiscriminatie in de sollicitatie’, SMA 2007/7, p. 277-287, alsmede A. Zwanenburg, ‘Remedies voor de gediscrimineerde sollicitant. Perfect fit for the job of ‘heb nog even gekeken, is niks’?’, TAP 2015/315.
Vgl. voor een geval waarin discriminatie wel leidde tot geestelijk letsel CRvB 6 februari 2004, TAR 2004/62 (toewijzing € 23.000 smartengeld).
Vgl. ook HvJ EU 17 december 2015, ECLI:EU:C:2015:831: ‘Artikel 18 van richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep moet aldus worden uitgelegd dat dit artikel, ter borging van reële en effectieve compensatie of reparatie van de schade als gevolg van discriminatie op grond van geslacht, op een wijze die afschrikkend en evenredig is, verlangt van de lidstaten die kiezen voor reparatie in financiële vorm, dat zij in hun interne rechtsorde op de door hen vastgelegde wijze maatregelen opnemen die erin voorzien dat de schadelijdende persoon een schadevergoeding ontvangt waarmee de geleden schade volledig wordt gecompenseerd.’
Zie bijv. Hof Amsterdam 18 maart 1993, JAR 1993/193 (discriminatie bij een sollicitatie). Zie niettemin afwijzend omdat onvoldoende gevolgen waren gesteld Rb. Midden-Nederland 7 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4307, JA 2021/5 (kaakchirurg stopt na verdoving behandeling omdat patiënt uit geloofsovertuiging weigert een hand te geven).
221. Algemeen wordt aangenomen dat ook schending van het recht op gelijke behandeling een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ vormt,1 ook als dat niet leidt tot geestelijk letsel.2 De aard van de normschending en het gewicht van het daardoor geschonden belang3 rechtvaardigen dat.4