Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/4.2.2.1.1
4.2.2.1.1 De opvatting van Zwalve in RMThemis
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717454:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie tevens de Anglo-Amerikaanse literatuur waarnaar aldaar wordt verwezen.
Zie hiervoor paragrafen 3.3.9 en 4.3.8. Zie voor ‘equitable remedies’ – ook in het Anglo-Amerikaanse trustrecht – die zowel een goederenrechtelijk als verbintenisrechtelijk karakter hebben: L.D. Smith, ‘Equity is not a single thing’, in: D. Klimchuk, I. Samet & H.E. Smith (red.), Philosophical foundations of the law of Equity, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 144-167; J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 441-632; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 804-849; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 716-745. Zie ook: G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 665 e.v.; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 976-1020.
In 2015 heeft Zwalve een bijdrage in het RMThemis gepubliceerd over art. 3:84 lid 3 BW als kernbepaling van het toekomstig Nederlands trustrecht, waarin hij eveneens aandacht besteedt aan de Curaçaose trustwetgeving.1 Alhoewel Zwalve in zijn artikel aangeeft dat het niet zijn bedoeling is om de Curaçaose trust aan een kritische bespreking te onderwerpen, uit hij min of meer kritiek op het feit dat de Curaçaose wetgever zijn inziens het systematische kader waarop de trustrechtelijke relatie tussen trustee en de begunstigde is vormgegeven, niet heeft aangegeven. Voorts beargumenteert Zwalve dat het voornoemde systematische kader niet in het goederenrecht, doch in het verbintenissenrecht bestaat. Hij legt zijn standpunt als volgt uit:
“De van oorsprong Anglo-Amerikaanse trustverhouding is de vrucht van de oude ‘courts of equity’ en daarmede van een typische constellatie van het Engelse recht, te weten de onderscheiding tussen ‘law’ en ‘equity’, dat wil zeggen twee verschillende rechtsbronnen die – oorspronkelijk – zelfs door twee verschillende rechterlijke instanties – de ‘courts of law’ en de ‘courts of equity’ – werden gehandhaafd. Gelet op deze typisch Engelse achtergrond is zelfs ooit eens door Lord Hardwicke, een van de grondleggers van het huidige Anglo-Amerikaanse trust- recht, opgemerkt dat ‘[i]t could not happen in any other country but this: because the jurisdiction of law and equity is administered here in different courts, and creates different kinds of rights in estates’. In het bijzonder de laatste vaststelling, waarin het verschil in rechtskarakter tussen ‘legal’ en ‘equitable remedies’ wordt benadrukt, lijkt in de weg te staan aan de introductie van de trustfiguur in een rechtssysteem zoals het onze, dat de eigenaardige onderscheiding tussen ‘law’ en ‘equity’ mist. ‘Equitable remedies’ namelijk, in het bijzonder die welke een rol spelen in het trustrecht, dragen een, vanuit het continentale perspectief bezien, geprononceerd goederenrechtelijk karakter; ze worden daarom oìoìk door Anglo-Amerikaanse juristen niet zelden aangemerkt als ‘proprietary remedies’, al of niet aangevuld met de (altijd misleidende) aanduiding sui generis. Van deze, typisch Anglo-Amerikaanse, goederenrechtelijke aspecten van de trustverhouding, de relatie tussen trustee en begunstigde, dient men zich te bevrijden als men aan die relatie binnen een rechtsstelsel zoals het onze op een systematisch correcte wijze vorm wil geven. De Curaçaose Landsverordening Trust lijdt, onder meer, aan het euvel dat daarin dat systematische kader niet wordt aangegeven. Dit kader namelijk bestaat binnen een ‘civil-law’-systeem niet in het goederenrecht, maar in het verbintenissenrecht. Ik kom daarom tot de navolgende begripsomschrijving:
‘Een trustverhouding is de verbintenisrechtelijke rechtsbetrekking die bestaat tussen eìeìn of meer trustees en eìeìn of meer personen of rechtspersonen ten behoeve van wie de trustee het beheer voert van en, zo nodig, beschikt over de van de rest van zijn vermogen afgescheiden onder trustverband staande goederen.’”2
Met het bovengenoemde relaas van Zwalve kan ik me niet verenigen. Hij wekt allereerst naar ik meen de indruk dat ‘equitable remedies’ in het Anglo-Amerikaanse trustrecht de trustrechtelijke rechtsverhouding tussen de trustee en de (potentiële) begunstigde definiëren. Deze argumentatie overtuigt mijns inziens niet. De ‘equitable remedies’ – die overigens niet altijd een goederenrechtelijk karakter hebben – bepalen niet de genoemde trustrechtelijke rechtsverhouding, doch zij zijn een uitvloeisel hiervan. Voorts verwijs ik voor het argument dat de trust zonder het tweeledige Anglo-Amerikaanse rechtssysteem niet kan bestaan, naar paragraaf 2.3.2 waarin de heersende leer in het moderne rechtsvergelijkend trustrecht is dat de trustfiguur weldegelijk zonder ‘equity’ in continentale rechtssystemen kan worden ingevoerd.3 De Curaçaose trustwetgeving laat mijns inziens bovendien goed zien dat goederenrechtelijke remedies – zolang zij op de juiste wijze zijn vormgegeven – zonder meer mogelijk zijn, zonder dat het ‘equity’- systeem dient te worden ingevoerd.4 Ten slotte is de wijze waarop Zwalve de trustrechtelijke rechtsverhouding tussen de trustee en de begunstigde beschrijft mijns inziens niet volledig en overtuigt op dit punt evenmin. Hij miskent naar mijn mening het feit dat de trustrechtelijke relatie tussen de trustee en de (potentiële) begunstigde niet op zichzelf staat, doch het gevolg is van het goederenrechtelijk effect van het trustverband dat ontstaat als gevolg van de totstandkoming van de trust. De inhoud en strekking van het trustverband – dat anders dan hetgeen Zwalve betoogt zonder meer gelegen is in het goederenrecht – bepalen derhalve de diverse rechten, verplichtingen, bevoegdheden doch ook remedies die daaruit voortvloeien, en definiëren daarmee de aard van de rechtsverhouding tussen de trustee en de (potentiële) begunstigde.