Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.3.2
61.3.2 Geen medewerking: en dan?
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Overtreding van een ambtelijk bevel is strafbaar op grond van artikel 184 Wetboek van Strafrecht.
Kamerstukken II 1993/94, 23700, 3, p. 147.
Zie bijv. art. 44 Drank- en Horecawet, art. 7.12 Mediawet 2008, art. 5.14 Wabo, art. 1:79 en 1:80 Wft, art. 61 en 76 Wmt en art. 18.7 Tw. Overigens verschillen de regimes enigszins. Bijv. art. 1:79 Wft geldt voor ‘de toezichthouder’ (DNB, AFM), niet zijnde een natuurlijke persoon/Awb-toezichthouder; art. 5:13 en 5:20 zijn van overeenkomstige toepassing verklaard.
Zie o.a. ABRvS 8 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO6638.
Ibidem.
Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324.
CBb 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:3.
Artikel 5:20 Awb introduceert een zelfstandige verplichting. De vraag doet zich voor welke instrumenten de toezichthouder of het bestuursorgaan ter beschikking staan als iemand niet voldoet aan die medewerkingsplicht. Het antwoord luidt op dit moment: geen, althans niet rechtstreeks op grond van de Awb. De wetgever vond het destijds niet nodig om, in aanvulling op de strafrechtelijke sanctionering van niet-naleving van artikel 5:20 Awb,1 een algemene bevoegdheid te creëren voor het bestuursorgaan om door middel van een bestuurlijke sanctie op te treden tegen overtreding.2 Het was aan de bijzondere wetgever om desgewenst te voorzien in sanctionering.
Die handschoen heeft de bijzondere wetgever opgepakt. Dat heeft geleid tot tal van bepalingen die de bevoegdheid geven om naleving van artikel 5:20 Awb bestuursrechtelijk af te dwingen met een last onder dwangsom of bestuursdwang dan wel overtreding van artikel 5:20 Awb met een boete te bestraffen.3
Uit jurisprudentie over de handhaving van artikel 5:20 Awb – veelal in combinatie met specifieke bepalingen over medewerking in bijzondere wetgeving – blijkt dat die bepaling een inspanningsverplichting omvat.4 Beantwoording van de vraag of is voldaan aan de vordering van de toezichthouder moet worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de vordering.5 In geval van twijfel aan de overtreding van artikel 5:20 Awb moet aan de betrokkene het voordeel van de twijfel worden gegund.6
Het EVRM beperkt de mogelijkheid tot oplegging van sancties ter zake overtreding van artikel 5:20 Awb. Sancties die strekken tot naleving van artikel 5:20 Awb in verband met een inlichtingenvordering dienen, voor zover het wilsafhankelijk materiaal betreft, gelet op artikel 6 EVRM te worden beperkt in die zin dat de verplichting om de inlichtingen te verstrekken geldt met de restrictie dat het verstrekte materiaal uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de uitoefening van het toezicht op de naleving.7