Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging
Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/0.3:0.3 Centrale probleemstelling en onderzoeksvragen
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/0.3
0.3 Centrale probleemstelling en onderzoeksvragen
Documentgegevens:
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In aansluiting op hetgeen hiervoor aan de orde kwam, luidt de centrale probleemstelling van het onderzoek: in hoeverre werken de beginselen van behoorlijke rechtspraak door in de inrichting van de bestuurlijke voorprocedures? De probleemstelling valt uiteen in twee deelvragen die in het onderzoek achtereenvolgens in twee delen aan bod komen.
Allereerst moet, om de probleemstelling te kunnen beantwoorden, vastgesteld worden welke beginselen van behoorlijke rechtspraak onderscheiden kunnen worden en welke eisen uit die verschillende beginselen voortvloeien. Deze beginselen en eisen vormen het referentiekader waarmee vervolgens de inrichting van de bestuurlijke voorprocedures vergeleken moet worden. De eerste deelvraag, welke (geldende) beginselen van behoorlijke rechtspraak en daaruit voortvloeiende eisen kunnen worden onderscheiden in het Nederlandse (bestuurs)recht, wordt in Deel I behandeld.
Vervolgens, nadat vastgesteld is welke beginselen van behoorlijke rechtspraak gelden voor de procedure bij de (bestuurs)rechter, moet de betekenis van deze beginselen voor de bestuurlijke voorprocedures onderzocht worden. Dat gebeurt in Deel II van dit onderzoek. Onderzocht wordt welke beginselen en eisen de inrichting van de bestuurlijke voorprocedures normeren en in hoeverre ten aanzien daarvan doorwerking merkbaar is van de onderscheiden beginselen van behoorlijke rechtspraak.