RFR 2015/116
Erfrecht. Is er sprake van (fictieve) vergeving bij onwaardigheid?
Rb. Midden-Nederland 06-05-2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:3038
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
6 mei 2015
- Magistraten
Mrs. E.E.M. van Abbe, H. Phaff, S.G.M. Buys
- Zaaknummer
C/16/343087 / HA ZA 13-321
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921535:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Algemeen
Erfrecht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2015:3038, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 06‑05‑2015
- Wetingang
Art. 4:3 lid 1 en lid 3 BW
Essentie
Erfrecht. Onwaardigheid.
Kan bij een veroordeling voor moord en onwaardigheid sprake zijn van (fictieve) vergeving? Kan een beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid slagen?
Samenvatting
Een echtpaar heeft besloten om zelfmoord te plegen. Daaraan voorafgaand hebben de echtelieden een afscheidsbrief geschreven, hebben ze een document opgesteld waarmee ze hun testamenten willen wijzigen en hebben ze een brief naar de politie gestuurd, waaruit blijkt waar ze gevonden kunnen worden. De man heeft in de polsen van de vrouw en zichzelf gesneden en de halsslagader van de vrouw doorgesneden. De vrouw is overleden, maar de man, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.