Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.6.3.1:11.6.3.1 Nakoming
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.6.3.1
11.6.3.1 Nakoming
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590693:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
724. De verplichtingen in de rechtsverhouding tussen de rechthebbende en de derde zijn verbintenissen, waarvan zij, al dan niet bij de voorzieningenrechter ('in kort geding'), nakoming kunnen vorderen (art. 3:296 jo 6:38 BW). Voor de pandhouder en de pandgever bestaat bijvoorbeeld de mogelijkheid om een dreigende, onwelgevallige opzegging door de ander (art. 3:246lid 2 BW) te voorkomen door het vragen van een rechterlijk verbod, zonodig versterkt met een dwangsom.1 De verplichting om de stil pandhouder in staat te stellen mededeling te doen en de vordering en de daaraan verbonden nevenrechten uit te oefenen, is ook een rechtsplicht. De stil pandhouder kan jegens de curator van de pandgever in faillissement een vordering tot nakoming ex art. 3:296 jo 6:162 BW instellen; het 'recht op informatie' behelst een dergelijke vordering tot nakoming.2
Deze bevindingen zijn in overeenstemming met hetgeen hiervoor bij de overgang van de vordering reeds opgemerkt, met dien verstande dat de stille pandhouder als beperkt gerechtigde ('derde') nakoming eist, en de stille cessionaris als rechthebbende van de vordering.