Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/10.2.1
2.1 Het karakter van de betaalrekening
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS948017:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/20.3.
Zie B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/20.1. Zie over de raamovereenkomst uitvoerig R.E. van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, hoofdstuk 7.
Zie R.E. van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 214.
Zie B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/20.1.
Zie R.E. van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 231-233; B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/21.4; B.A. Schuijling, Verrekening (Mon. BW nr. B40) 2019/28; W.A.K. Rank, Geld, geldschuld en betaling (R&P nr. 94) 1996, p. 211.
Zie F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/1.3 en 2.3 en B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/20.1.
Zie F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/2.3, onder verwijzing naar (onder meer) Asser/Sieburgh 6-III 2019/90 en Asser/Sieburgh 6-II 2018/252.
Zie F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/1.1. Zie tevens B.A. Schuijling, Verrekening (Mon. BW nr. B40) 2019/27.
Zie R.E. van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 231; F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/1.1; B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/20.4; B.A. Schuijling, Verrekening (Mon. BW nr. B40) 2019/27.
Zie F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/1.3; B.A. Schuijling, Verrekening (Mon. BW nr. B40) 2019/27 en Faber, Verrekening (O&R nr. 33) 2005/187.
Zie B.A. Schuijling, Verrekening (Mon. BW nr. B40) 2019/27. Zie tevens B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/21.4 en F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo,‘De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/1.3.
Zie F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/1.3 en 4.1. Zie tevens R.E. van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 231-233 en B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/21.4.
Zie R.E van Esch, Giraal betalingsverkeer (R&P nr. FR7) 2019, p. 231-233; B.A. Schuijling, Verrekening (Mon. BW nr. B40) 2019/28; B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/21.4; W.A.K. Rank, Geld, geldschuld en betaling (R&P nr. 94) 1996, p. 211 en F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/1.1 en 14.1-14.10.
Zie B. Bierens, Geld in het vermogensrecht (Mon. BW nr. A17) 2020/21.4.
Zie Faber, Verrekening (O&R nr. 33) 2005/187. Zie voorts F.H.J. Mijnssen & A.I.M. van Mierlo, De rekening-courantverhouding (Mon. Pr. nr. 15) 2019/5.1-5.5; Asser/Sieburgh II 2021/250-254 en B.A. Schuijling, Verrekening (Mon. BW nr. B40) 2019/27.
595. Titel 7b van Boek 7 BW gaat over betalingstransacties. Het betreft de rechtsverhouding tussen de betaaldienstverlener en zijn betaaldienstgebruiker, en bevat zowel bepalingen met betrekking tot het verlenen van betaaldiensten als bepalingen met betrekking tot de afzonderlijke transacties die onder de voorwaarden van deze overeenkomst door de bank worden uitgevoerd.1Titel 7b van Boek 7 BW begint in artikel 7:514 BW met een aantal definities. Daaronder is ook een definitie van de betaal-/bankrekening begrepen. Artikel 7:514 sub i BW beschrijft de betaalrekening als volgt: ‘op naam van een of meer betaaldienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betaaltransacties wordt gebruikt’. Een betaaldienstgebruiker is volgens artikel 7:514 sub e BW een ‘natuurlijk persoon of rechtspersoon die de beoogde ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft’. In artikel 7:514 sub f BW is een betaaldienstverlener als volgt beschreven: ‘dienstverlener als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de richtlijn nr. 2007/64/EG [zie artikel 7:514 sub r BW voor deze ‘richtlijn’, TS] en natuurlijk persoon of rechtspersoon waarop een vrijstelling krachtens artikel 2:3d van de Wet op het financieel toezicht van toepassing is’. In veel gevallen zal de betaaldienstverlener een bank zijn. Hierna zal dan ook vaak van ‘de bank’ als betaaldienstverlener worden gesproken.
596. Bij het openen van een betaalrekening sluiten de bank en de betaaldienstgebruiker een raamovereenkomst.2 Een raamovereenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding.3 Artikel 7:514 sub o BW geeft de volgende definitie van de raamovereenkomst: ‘overeenkomst die de uitvoering beheerst van afzonderlijke en opeenvolgende betalingstransacties en die de verplichtingen en voorwaarden voor de opening van een betaalrekening kan omvatten’. De raamovereenkomst beheerst de rechtsverhouding tussen de bank en zijn betaaldienstgebruiker. De regels die betrekking hebben op het aangaan van deze overeenkomst en de inhoud daarvan zijn verspreid over het BW en (regelgeving gebaseerd op) de Wet financieel toezicht.4 Onderdeel van de raamovereenkomst is de betaalrekening. De betaalrekening is een rekening-courant.5 Een rekening-courant is een hulpovereenkomst.6 De strekking van een hulpovereenkomst is de afwikkeling van andere rechtsverhoudingen tussen partijen te regelen.7 Met de rekening-courant beogen partijen de afrekening van geldsommen die zij over en weer verschuldigd zijn te vereenvoudigen.8 Bij de betaalrekening gaat het daarbij om de afwikkeling van inkomende en uitgaande betalingstransacties. Deze betalingen worden opgenomen in een rekeningoverzicht en uitgedrukt in een saldo.9 De verrekening in rekening-courant van geldvorderingen en -schulden is geregeld in artikel 6:140 BW. Een van de (belangrijkste) kenmerken van de rekening-courant is dat verrekening van de vorderingen en schulden van rechtswege plaatsvindt.10 Indien tussen twee partijen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldvorderingen en geldschulden in één rekening worden opgenomen, worden zij dadelijk van rechtswege verrekend in de volgorde waarin partijen tot verrekening bevoegd worden, en is op ieder moment alleen het saldo verschuldigd (artikel 6:140 lid 1 BW).11 Dat slechts het saldo is verschuldigd betekent dat partijen géén afzonderlijke posten uit een rekening-courant kunnen losmaken en daarvan afzonderlijke betaling kunnen verlangen. Op ieder moment is dus enkel het saldo verschuldigd.12 Dit alles geldt (dus) ook voor de betaalrekening.13 De betaalrekening is dus een rekening-courant tussen de bank en de rekeninghouder waarin vorderingen en schulden die door betalingstransacties ontstaan tussen de bank en de rekeninghouder worden afgewikkeld, en waarbij de vorderingen en schulden die door deze transacties ontstaan direct en van rechtswege worden verrekend, en de bank op ieder moment alleen het creditsaldo aan de rekeninghouder is verschuldigd.14 Daarbij moet dan wel goed voor ogen worden gehouden dat een boeking van een vordering of schuld in de bankrekening-courant niet altijd tot verrekening zal leiden. Van verrekening is slechts sprake wanneer de in rekening-courant geboekte vordering of schuld tegengesteld is aan het op dat moment bestaande saldo van de rekening. Is dat niet het geval, dan leidt de boeking van de betreffende schuld of vordering er slechts toe dat het bestaande credit- of debetsaldo wordt verhoogd.15 Zo zal een betaling op een bankrekening met een positief saldo dus niet tot verrekening leiden, maar tot verhoging van dat saldo doordat aan het reeds bestaande saldo een vordering wordt toegevoegd. Hetzelfde geldt wanneer ten laste van een bankrekening met een reeds negatief saldo een extra betaling wordt gedaan. Het negatieve saldo zal dan alleen maar toenemen. Pas als in dat laatste geval een betaling ten gunste van de rekeninghouder op de bankrekening wordt gedaan, ontstaat door die betaling een vordering op de bank (zie paragraaf 2.2.1 hierna) en zal deze van rechtswege worden verrekend met de schuld die op moment op grond van het negatieve saldo van de bankrekening aanwezig was.