Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens
Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/6.6:6.6 Synthese en conclusie
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/6.6
6.6 Synthese en conclusie
Documentgegevens:
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267400:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoeverre moet de betrokkene concrete gevolgen aantonen om in aanmerking te komen voor een vergoeding van immateriële schade wegens een inbreuk op de AVG?
Uit de uitspraken van de rechtbanken volgt dat de AVG ervoor kan zorgen dat de betrokkene ook schadevergoeding krijgt als de gevolgen van de inbreuk niet (heel) concreet zijn.1 Deze ruimhartige benadering verdient de voorkeur boven de strikte toepassing van de EBI-formule. De AVG vereist immers een ruime uitleg van schade in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie, op een wijze die ten volle recht doet aan de doelstellingen van de AVG. Uit de AVG volgt het belang van controle over persoonsgegevens en handhaving. Om de volle werking van de AVG te verzekeren, kan dat met zich brengen dat de nationale rechter het eigen recht conform de doelstellingen van de AVG dient uit te leggen. Hierdoor kan de AVG een wezenlijke invloed hebben op de mate waarin de betrokkene de gevolgen van een onrechtmatige verwerking moet concretiseren. Een ruimhartige benadering ten aanzien van de vergoedbare schade past bij de overwegend immateriële aard van de gevolgen van schendingen van het gegevensbeschermingsrecht.2 Deze gedachte vindt aansluiting bij Lloyd/Google van het Engelse Court of Appeal, dat overwoog dat het verlies van controle voor vergoeding in aanmerking kan komen, zelfs zonder dat er sprake is van materiële schade of ‘distress’.
Dit wil niet zeggen dat elke onrechtmatige verwerking compensabel zou moeten zijn.3 Bij een lichte inbreuk weegt de voorwaarde dat schade reëel en zeker (geleden) is zwaarder dan het belang van controle over persoonsgegevens en handhaving van de geschonden regel. Dat laat de buitenlandse rechtspraak ten aanzien van artikel 82 AVG ook zien. De gemene deler in die uitspraken is dat lichte inbreuken zonder concrete schade niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Mijn conclusie is dat een betrokkene voor een succesvolle schadeclaim niet altijd nadelige gevolgen hoeft aan te tonen. Wel geldt de voorwaarde dat het dan ten minste gaat om een substantiële inbreuk op de AVG, waarbij handhaving van de geschonden regel door middel van het recht op schadevergoeding belangrijk is en bijdraagt aan de doeltreffendheid en volle werking van de AVG.
Uiteindelijk zal het Hof van Justitie duidelijkheid moeten verschaffen over de mate waarin de betrokkene nadelige gevolgen van een onrechtmatige verwerking moet concretiseren. Zolang een oordeel van het Hof van Justitie uitblijft, zullen de verschillen in de binnen- en buitenlandse rechtspraak blijven bestaan.