Speaking the same language
Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/6.2:6.2 Het Curaçaose trustrecht als voorbeeld voor een mogelijk Nederlands trustrecht
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/6.2
6.2 Het Curaçaose trustrecht als voorbeeld voor een mogelijk Nederlands trustrecht
Documentgegevens:
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717543:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De sterke verwantschap tussen het Curaçaose en het Nederlandse burgerlijk recht en het concordantiebeginsel binnen het Koninkrijksrecht heeft ertoe geleid dat er een uitgebreide analyse van het Curaçaose trustrecht is uitgevoerd, om te bepalen of het Curaçaose trustmodel als voorbeeld voor de vormgeving van een Nederlandse trustwetgeving kan dienen. Op basis van een functionele uitleg van de trust en de uiteenzetting van de wijze waarop de Curaçaose wetgever de trustwetgeving gestalte heeft gegeven, kan worden geconcludeerd dat – alhoewel de goederenrechtelijke rechtsgevolgen van de trust in het Curaçaose recht niet altijd op adequate wijze zijn uitgewerkt – de Curaçaose wetgever getracht heeft de werking van de trust naar Anglo-Amerikaanse recht binnen de grenzen van het Curaçaose recht zoveel mogelijk na te bootsen. Men denke hierbij onder meer aan de introductie van de ‘declaration of trust’ oftewel de eenzijdige verklaring van trust, de bevoegdheid tot herroeping en wijziging van de trust en de goederenrechtelijke opvorderingsactie in geval van een ‘breach of trust’.
Hoewel er een aantal problemen in het trustrecht is gesignaleerd, kan het Curaçaose trustmodel – na de voorgestelde oplossingen in hoofdstuk 4 – goed als voorbeeld fungeren. De Nederlandse wetgever dient zich bewust te zijn van het feit dat bij de introductie van de trust, binnen de grenzen van het Nederlandse burgerlijk recht aansluiting en aanknopingspunten moeten worden gezocht bij bestaande Nederlandse verbintenisrechtelijke en goederenrechtelijke concepten die ook kunnen worden gebruikt dan wel in beperkte mate moeten worden gemodificeerd, teneinde de rechtsgevolgen van de trust op adequate wijze te kunnen uitwerken. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de introductie van een wettelijke basis voor de ‘declaration of trust’, een adequate erfrechtelijke regeling voor de testamentaire trust en voorrangsrechten zoals wij die kennen in het burgerlijk recht voor de (potentiële) begunstigden in geval van een ‘breach of trust’. Door met het voorgaande rekening te houden, kunnen dan de principiële bezwaren die de Nederlandse wetgever in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw had – men denke met name aan de onverenigbaarheid van een vreemde rechtsfiguur als de trust met het Nederlandse goederenrecht en de schending van rechten van derden als gevolg van de goederenrechtelijke rechtsgevolgen van de trust – van de hand worden gewezen.
Ten slotte kan de Nederlandse wetgever als gevolg van de uitvoerige analyse, lering trekken uit de gebreken die in de Curaçaose trustwetgeving zijn geconstateerd, zodat hij deze tekortkomingen en valkuilen bij de vormgeving van een eigen trustwetgeving kan vermijden.