AB 2016/133
Splitsing energiebedrijven. Vrijheid van kapitaalverkeer. Groepsverbod. Verbod op nevenactiviteiten. Onverbindende wetgeving? Dwingende redenen van algemeen belang. Beschermingsniveau. Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. Aard rechterlijke toetsing. Verhouding met taak wetgever.
HR 26-06-2015, ECLI:NL:HR:2015:1727, m.nt. F.J. van Ommeren
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
26 juni 2015
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, C.A. Streefkerk, C.E. Drion, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
10/03851
- Noot
F.J. van Ommeren
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS88182:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Europees energierecht
Internationaal publiekrecht / Vrij verkeer
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Mededingingsrecht / Economische machtsposities
EU-recht / Marktintegratie
Milieurecht / Energie
Energierecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Energierecht / Distributie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:1727, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 26‑06‑2015
ECLI:NL:PHR:2014:1801, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑10‑2014
- Wetingang
Essentie
Splitsing energiebedrijven. Vrijheid van kapitaalverkeer. Groepsverbod. Verbod op nevenactiviteiten. Onverbindende wetgeving? Dwingende redenen van algemeen belang. Beschermingsniveau. Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. Aard rechterlijke toetsing. Verhouding met taak wetgever.
Samenvatting
Kort gezegd gaat het om de vraag of het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten, die ingevolge de Wet onafhankelijk netbeheer zijn opgenomen in de Elektriciteitswet 1998 en in de Gaswet, in strijd zijn met het in art. 63 VWEU neergelegde verbod op beperking van het kapitaalverkeer en op die grond onverbindend zijn.
Uitgangspunt moet zijn dat het volgens vaste rechtspraak van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.