AB 2023/197
Onder welke omstandigheden hoeft de bestuursrechter een opposant niet te horen voordat hij op diens verzet beslist?
Rb. Rotterdam 03-05-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4625, m.nt. L.M. Koenraad
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
3 mei 2023
- Magistraten
Mr. G.C.W. van der Feltz
- Zaaknummer
ROT 20/3215 e.a.
- Noot
L.M. Koenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS707654:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2023:4625, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 03‑05‑2023
- Wetingang
Essentie
De bestuursrechter moet een zitting beleggen als een opposant hierom tijdens de verzetprocecedure vraagt, maar zo’n opposant mag geen onredelijke eisen aan de bestuursrechter stellen.
Samenvatting
De rechtbank heeft eerder verzetten afgedaan zonder zitting (…), omdat zij van oordeel was dat opposant veelvuldig misbruik maakt van recht met zijn vele beroepen en ook met zijn verzetten.
De griffie heeft op 19 april 2023 telefonisch contact opgenomen met opposant voor het inplannen van een hoorzitting, waarbij hem de mogelijkheid is voorgehouden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.