Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.11:9.11 Slotconclusie: beantwoording deelvraag 7
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.11
9.11 Slotconclusie: beantwoording deelvraag 7
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633614:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deelvraag 7: Wat zijn de conclusies van dit onderzoek?
De geconstateerde verschillen in fiscale behandeling in de anbi-regeling zijn veelal terug te brengen tot de rechtsvorm kerkgenootschap. Deze rechtsvorm staat alleen open voor geloofsgemeenschappen en in de praktijk maken veelal traditionele geloofsgemeenschappen van joodse en christelijke signatuur gebruik hiervan. Met name de benaming kerkgenootschap wordt sterk geassocieerd met deze signatuur en vormt daardoor een belemmering voor andere geloofsgemeenschappen om deze rechtsvorm te hanteren.
Gelet op de nevenschikking van religie en levensovertuiging in nationale en internationale grondrechten en het huidige levensbeschouwelijk pluralisme in de Nederlandse samenleving is het van belang om voor rsl een rechtsvorm open te stellen die voor alle rsli’s gelijke omvang van inrichtingsvrijheid en bescherming biedt. Een inclusieve benaming van deze rechtsvorm zou zijn religieuze, spirituele en levensbeschouwelijke instituten, afgekort als rsli’s. Dit is ten opzichte van andere anbi’s gerechtvaardigd vanwege de inrichtingsvrijheid van rsli’s, die wordt beschermd door de fundamentele beginselen vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, scheiding van levensbeschouwing en staat en het beginsel van de neutraliteit van de staat.
Deze fundamentele beginselen rechtvaardigen ook een beperkte publicatie van financiële gegevens voor rsli’s tegenover een volledige publicatieplicht voor overige anbi’s. Dat geldt ook voor het actief informeren van niet-traditionele en minder georganiseerde rsli’s over de mogelijkheden tot het aangaan van convenanten en het aanvragen van groepsbeschikkingen.
Voor het overige zouden rsli’s en overige anbi’s zoveel mogelijk gelijk behandeld moeten worden. Zo zou de uitzondering voor de publicatieplicht van namen van bestuurders van kerkgenootschappen uitgebreid moeten worden tot namen van bestuurders van alle anbi’s die opereren op terreinen waaruit door het grondrecht op privacy beschermde bijzondere persoonsgegevens van hun bestuurders zijn af te leiden. Verder zou de aftrek van giften ook moeten openstaan voor giften aan natuurlijke personen die te vereenzelvigen zijn met andere anbi’s dan rsli’s dan wel geschrapt moeten worden. De eredienstuitzondering zou onder soortgelijke voorwaarden moeten worden uitgebreid naar onroerende zaken in hoofdzaak bestemd voor openbare activiteiten van andere anbi’s dan wel afgeschaft moeten worden. Tot slot zou de toepassing van de teruggaafregeling in de energiebelasting onder dezelfde voorwaarden als voor rsli’s moeten plaatsvinden.
De zoektocht naar het antwoord op mijn onderzoeksvraag en de deelvragen heeft inzicht verschaft in de fiscale en juridische aspecten van de anbi-categorie religie, spiritualiteit en levensbeschouwing. Zo is aan het licht gekomen dat diverse faciliteiten nauw samenhangen met de rechtsvorm kerkgenootschap, die in de praktijk vooral in gebruik is bij traditionele joodse en christelijke geloofsgemeenschappen. Door een rechtsvorm in te voeren voor alle rsli’s met een inclusievere benaming wordt meer recht gedaan aan de pluriformiteit van onze samenleving. Dit komt er in feite op neer dat de wetgever de al bestaande rechtsvorm kerkgenootschap niet langer beperkt tot geloofsgemeenschappen maar voor alle rsli’s openstelt, met een inclusievere benaming. Andere faciliteiten die alleen openstaan voor rsli’s, zijn historisch zo gegroeid. Aangezien de samenleving inmiddels veel pluriformer is geworden, en rsli’s met een andere rechtsvorm dan kerkgenootschap alsook overige anbi’s een soortgelijke functie in de samenleving vervullen, ligt het voor de hand om die faciliteiten uit te breiden tot alle anbi’s, dan wel te schrappen voor kerkgenootschappen/rsli’s. Daarmee kan de wet- en regelgever een ongerechtvaardigde ongelijkheid wegnemen.
Deze queeste naar de heilige graal heeft ons dichter gebracht bij het hoogste doel waarnaar juristen streven: deugdelijke wet- en regelgeving en rechtspraak die voldoen aan fundamentele rechtsbeginselen en grondrechten.