RAR 2005, 46
Ontbinding. Ontslag. Wanneer is de vergoeding toegekend in een ontbindingsprocedure voorzover vereist opeisbaar; op welk moment kan de nietigheid van een ontslag worden aangenomen?
Rb. Rotterdam 18-01-2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AT3394
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
18 januari 2005
- Magistraten
Mr. W.J.J. Wetzels
- Zaaknummer
600463VZVERZ04-7777/WW
- LJN
AT3394
- JCDI
JCDI:ADS870539:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2005:AT3394, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 18‑01‑2005
- Wetingang
BW art. 7:685; Rv art. 96
Essentie
Wanneer is de vergoeding toegekend in een ontbindingsprocedure voorzover vereist opeisbaar; op welk moment kan de nietigheid van een ontslag worden aangenomen?
Samenvatting
Werkneemster is op staande voet ontslagen en heeft in rechte een beroep gedaan op de nietigheid van dit ontslag. De kantonrechter heeft — bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad — de vorderingen van werkneemster — te weten: verklaring voor recht dat het ontslag nietig is en doorbetaling van loon — toegewezen. Werkgeefster heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Tevens had werkgeefster vlak na het gegeven ontslag een ontbindingsverzoek voorzover vereist ingediend. De kantonrechter heeft de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.