WR 2008, 16
Rb. Amsterdam, 12-06-2006, nr. CV05-21185
Rb. Amsterdam 12-06-2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:BC4755
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
12 juni 2006
- Zaaknummer
CV05-21185
- LJN
BC4755
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2006:BC4755, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 12‑06‑2006
- Wetingang
Rv art. 54 lid 2; Rv art. 143; BW art. 6:253; BW art. 7:269 lid 2
Essentie
ontvankelijkheid; vordering tegen onderhuurder bij niet in gewijsde zijn gegaan van verstekvonnis waarin hoofdhuur is ontbonden; derdenbeding
Samenvatting
Verhuurster kan een vordering tot beëindiging van de huur met onderhuurder instellen vóór de huurovereenkomst tussen verhuurder en hoofdhuurder is geëindigd, althans voordat het vonnis waarin die huurovereenkomst wordt ontbonden kracht van gewijsde heeft gekregen.
Toestemming van verhuurder aan hoofdhuurder tot onderhuur is geen derdenbeding ten opzichte van onderhuurder, maar een mededeling aan hoofdhuurder met als rechtsgevolg dat die hoofdhuurder niet tekort zou schieten door onder te verhuren. Er is geen recht van onderhuurder ontstaan tot terbeschikkingstelling van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.