Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.3.8.1
II.4.3.8.1 Inleidend
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623673:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit kader ook mijn opmerkingen in de noot 13 van hoofdstuk 2.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 30 en 31.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 30 onder ‘a’ en nr. 31 onder ‘a’.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 30 onder ‘b’, zie ook nr. 31 onder ‘b’.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 30 onder ‘c’.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 31 onder ‘c’.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 31 onder ‘c’.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 31 onder ‘c’.
Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004, nr. 78: ‘Het kan zijn dat iemand handelt voor ‘nader te noemen meester’. De clausule houdt in dat de aangegane overeenkomst aanvankelijk, althans wat één contractspartij betreft, persoonlijk onbepaald is. Wie handelt voor een nader te noemen meester, behoudt zich de bevoegdheid voor nader te bepalen wie contractspartij zal zijn. Indien de handelende persoon de naam van de volmachtgever (de meester) tijdig noemt, is er sprake van vertegenwoordigend handelen. De rechtshandeling van de handelende persoon wordt toegerekend aan de volmachtgever. Noemt de handelende persoon de naam van de volmachtgever niet tijdig, dan is hij in beginsel zelf partij (art. 3:67) (curs. NB).’
In paragraaf 4.3.2.1 en 4.3.6.1 merkte ik reeds op dat de bepaaldheid van verbintenissen als bedoeld in art. 6:227 BW ziet op het object ofwel de prestatie van de verbintenis: datgene waartoe de schuldenaar verplicht en de schuldeiser gerechtigd is. De vraag of er ten aanzien van de subjecten van de verbintenis ook een zekere mate van bepaaldheid wordt verlangd, zal zoals gezegd, gelet op het karakter van de verbintenis, niet snel worden gesteld. Om van een verbintenis te kunnen spreken zal er sprake moeten zijn van een rechtsbetrekking tussen twee of meer personen.1 Maar betekent dit nu ook dat deze personen, te weten de schuldeiser en schuldenaar ofwel de subjecten van de verbintenis, steeds bij aanvang van de verbintenis reeds bepaald dienen te zijn? En zijn er anders dan bij het object van de verbintenis geen keuzemogelijkheden omtrent de persoon die als schuldeiser of schuldenaar optreedt?
Hartkamp & Sieburgh2 geven indirect een antwoord op deze vraag. Zij maken ten aanzien van de vraag wie schuldeiser en wie schuldenaar kan zijn een driedeling. In deze driedeling komt mijns inziens ook de mate van bepaaldheid van de subjecten van een verbintenis naar voren. Schuldenaar resp. schuldeiser kan zijn:
Een individueel aangewezen persoon.
Doorgaans zijn de subjecten van een verbintenis bepaalde ‘met naam genoemde’ personen.3
Een door een bepaalde hoedanigheid aangewezen persoon.Het kan evenwel ook zo zijn dat de subjecten van een verbintenis zijn aangeduid met een bepaalde hoedanigheid. Bijvoorbeeld ‘de eigenaar van de in erfpacht gegeven grond.’4 Of de hoedanigheid ‘kinderen’ (‘ik schenk een geldbedrag van € 5000,- aan ieder van mijn kinderen). Er is hier met andere woorden sprake van bepaaldheid en wel op grond van hoedanigheid.
vervangbaar gestelde persoon.
Hartkamp en Sieburgh noemen als voorbeelden van verbintenissen waarbij de schuldeiser vervangbaar is gesteld onder andere de verbintenis aan order en die aan toonder, evenals de clausule bij de schadeverzekering dat verzekerd is aan een met name aangeduide persoon ‘of die het anders geheel of ten dele zoude moge aangaan’ en de koop ‘voor zich of nader aan te geven koper’.5
Als voorbeeld van een verbintenis waarbij de schuldenaar vervangbaar is gesteld, kan worden gedacht aan het verlenen van toestemming door de schuldeiser aan de schuldenaar bij het ontstaan van de verbintenis om de schuld nadien op een andere, al dan niet dadelijk aangewezen persoon te doen overgaan (vgl. art. 6:156 en 6:159 lid 3 BW),6 evenals aan de koop ‘voor zich of nader te noemen meester’. In beginsel is de koper dan de koopsom verschuldigd, maar wanneer hij een ander in zijn plaats aanwijst, gaat zijn verplichting tot betaling van de koopsom evenals het recht op levering krachtens vertegenwoordiging over op de ‘de meester’.7 Deze figuur van handelen ‘voor zich of nader te noemen meester’ is geregeld in art. 3:67 BW. Hartkamp & Sieburgh wijzen hierbij op het verschil tussen de koop ‘voor zich of nader te noemen meester’ en de koop ‘voor nader te noemen meester’. Huns inziens is bij de laatstgenoemde clausule geen sprake van vervanging van de schuldenaar:
‘Weliswaar wordt ook in dit geval [het geval van koop ‘voor nader te noemen meester, toev. NB] de ‘meester’, nadat hij is genoemd, krachtens vertegenwoordiging contractspartij. Het verschil met het vorige geval [de koop ‘voor zich of nader te noemen meester’, toev. NB] is echter dat tot dit tijdstip een overeenkomst van koop en verkoop niet tot stand komt. Tussen de verkoper en zijn medecontractant niet, omdat dat niet de bedoeling was van de overeenkomst. Tussen de verkoper en de ‘meester’ niet, omdat nog niet vaststaat wie de meester zal zijn, zodat persoonlijke bepaaldheid ontbreekt en tussen de verkoper en de meester nog geen wilsovereenstemming bestaat (cus. NB).’8
Wegens het gebrek aan bepaaldheid van een van de contractspartijen komt bij het handelen voor een ‘nader te noemen meester’ dus niet eerder een overeenkomst van koop en verkoop tot stand dan het moment waarop ‘de meester’ wordt aangewezen, aldus Hartkamp en Sieburgh. Pas vanaf het moment van deze aanwijzing is sprake van een overeenkomst van koop en verkoop en wordt de ‘meester’ krachtens vertegenwoordiging contractspartij. Deze bijzondere figuur van vertegenwoordiging maakt het mogelijk dat een van de contractspartijen nog enige tijd onbepaald is en kan worden aangewezen door een derde (de handelende persoon).9 Voor de vraag of de subjecten van een uiterste wilsbeschikking (zoals de erfgenamen, legatarissen, maar bijvoorbeeld ook de executeur) door een ander kunnen worden bepaald (wilsdelegatie), kan dit interessant zijn. Vandaar dat ik op de figuur van de nader te noemen meester hierna (met name in paragraaf 4.3.8.4) uitgebreider terugkom.