AB 1998, 51
Kennelijk niet-ontvankelijk beroep; aangetekend schrijven van de Afdeling bestuursrechtspraak bereikte opposant niet; verzet gegrond.
RvS 04-02-1997, ECLI:NL:RVS:1997:ZF3366, m.nt. P.J.J. van Buuren
- Instantie
Raad van State
- Datum
4 februari 1997
- Magistraten
Van Zeben
- Zaaknummer
H01960625/Y01
- Noot
P.J.J. van Buuren
- LJN
ZF3366
- JCDI
JCDI:ADS868092:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Onbekend (V)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1997:ZF3366, Uitspraak, Raad van State, 04‑02‑1997
- Wetingang
AWB art. 6:5; AWB art. 6:6; AWB art. 8:54 lid 1; AWB art. 8:55
Essentie
Kennelijk niet-ontvankelijk beroep; aangetekend schrijven van de Afdeling bestuursrechtspraak bereikte opposant niet; verzet gegrond.
Samenvatting
In zijn verzetschrift heeft opposant bij wijze van verweer aangevoerd dat hij het schrijven van 5 juli 1996 niet heeft ontvangen. Uit een op verzoek van de Afdeling bij de PTT ingesteld onderzoek is gebleken dat het in dit geval mogelijk moet worden geacht dat bedoeld aangetekend verzonden schrijven van 5 juli 1996 niet aan opposant is uitgereikt. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat van een kennelijk niet-ontvankelijk beroep op deze grond geen sprake is. Het verzet is mitsdien gegrond. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.