AB 1998, 269
Vertegenwoordiger; civielrechtelijke interpretatie; belangenverstrengeling.
RvS 20-02-1998, ECLI:NL:RVS:1998:ZF3370, m.nt. M. Schreuder-Vlasblom
- Instantie
Raad van State
- Datum
20 februari 1998
- Magistraten
Ligtelijn-van Bilderbeek, Grosheide, Suyver
- Zaaknummer
E04960491
- Noot
M. Schreuder-Vlasblom
- LJN
ZF3370
- JCDI
JCDI:ADS61242:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Staatsrecht / Staatsinrichting
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1998:ZF3370, Uitspraak, Raad van State, 20‑02‑1998
- Wetingang
Gem.w art. 28 lid 1 aanhef onder a; BW art. 2:45
Essentie
Vertegenwoordiger; civielrechtelijke interpretatie; belangenverstrengeling.
Samenvatting
Gelet op de wetsgeschiedenis van art. 28 lid 1 aanhef en onder a Gemeentewet is de Afdeling van oordeel dat met de term ‘vertegenwoordiger’ in genoemd artikelonderdeel geen wezenlijk andere inhoud is bedoeld dan met de eerder gebruikte aanduidingen ‘gelastigden’ respectievelijk ‘gemachtigde’ en dat, voorzover deze termen elkaar niet geheel dekken, voor de uitleg van het begrip ‘vertegenwoordiger’ aansluiting dient te worden gezocht bij de betekenis hiervan in het burgerlijk recht.
De Afdeling heeft hiertoe in aanmerking genomen dat het opnemen van de term ‘vertegenwoordiger’ in art. 28 lid 1 aanhef ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.